Om de kleine windturbines zo goed mogelijk in ons landschap en in het woon- en leefklimaat van onze inwoners te integreren, moet aan enkele voorwaarden en eisen worden voldaan. Aangezien de voorwaarden en eisen kunnen veranderen, wordt bij de vergunningsprocedure altijd getoetst aan de relevante wet- en regelgeving die op dat moment geldt. Onderstaand een overzicht van de gestelde voorwaarden en eisen.
Agrariërs in het buitengebied
De pilot bestaat uit maximaal 10 deelnemende agrarische ondernemers, die zijn gevestigd in het buitengebied. Binnen de pilot wordt gestreefd naar een zo breed mogelijke geografische spreiding van de windturbines binnen de gemeentegrenzen. De windturbines zijn bedoeld voor de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering van de deelnemers. Indien sprake is van een grootverbruikaansluiting (> 3x80 ampère), mag vanwege netcongestie geen levering aan het elektriciteitsnet plaatsvinden. Zo nodig zal de energieproductie door netbeheerder Enexis worden afgetopt. Het surplus aan opgewekte elektriciteit kan eventueel worden opgeslagen in accu's. Met deze opslag kan verdere invulling worden gegeven aan het aspect ‘innovatie’ uit de RES-opgave. In alle gevallen zal afstemming met Enexis plaatsvinden.
Uitzonderingsgebieden
Gemeente Altena hecht veel waarde aan haar natuurgebieden en aan haar cultuurhistorische kwaliteiten. Om deze omgevingskwaliteiten in stand te kunnen houden worden onderstaande gebieden uitgesloten voor de plaatsing van kleine windturbines:
De natura 2000-gebieden de Biesbosch, de Kornsche Boezem en het Pompveld;
Natuurnetwerk Brabant (NNB);
De groenblauwe mantel*;
Beschermde Rijksmonumentale gebieden (bijv. Motte van Almkerk);
Overige historische kernen in het buitengebied (oranje gebieden uit de erfgoedkaarten uit 2010);
Het gebied van genomineerd werelderfgoed de Nieuwe Hollandse Waterlinie*;
Weidevogelgebied*.
* Met betrekking tot de gebieden de groenblauwe mantel, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Weidevogelgebied dient een kanttekening te worden gemaakt. Binnen deze gebieden kunnen onder bepaalde voorwaarden toch kleine windturbines worden geplaatst. Bij de vergunningaanvraag dient te worden aangetoond dat door het plaatsen van de windturbines geen aantasting van de Nieuwe Hollandse Waterlinie plaatsvindt en de nadelige effecten op de overige gebieden, zoals voor de vogels in het Weidevogelgebied, beperkt zijn.
Het gehele grondgebied van gemeente Altena ligt binnen het laagvlieggebied van Defensie. De laagvliegmogelijkheden zijn essentieel voor de geoefendheid van militairen. Er gelden geen strikte normen voor het oprichten van bouwwerken binnen het laagvlieggebied. Het ministerie van Defensie heeft verzocht om de initiatieven voor kleine windturbines ter beoordeling toe te sturen. Het ministerie van Defensie zal beoordelen of het plaatsen van de betreffende windturbines de laagvliegmogelijkheden niet onevenredig zal verstoren.
De impact van kleine windturbines op de ruimtelijke kwaliteit en het woon- en leefklimaat binnen de bebouwde kom is te groot. Windturbines binnen de bebouwde kom worden dan ook niet toegestaan. Voor het begrip ‘bebouwde kom’ hanteren we het begrip ‘bebouwde kom’ in de zin van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Dit houdt in dat de grens van de bebouwde kom niet wordt bepaald door een verkeersbord, maar door de feitelijke situatie en de aard van de omgeving. Van belang hierbij is waar de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt. Dit aspect zal door de gemeente bij ieder initiatief worden beoordeeld.
Ruimtelijke kwaliteit
Bij de plaatsing van kleine windturbines willen we onze omgevingskwaliteiten bewaken. Om de kleine windturbines zo goed mogelijk in het landschap in te passen, dienen de windturbines een ruimtelijke eenheid te vormen met de overige bebouwing en beplanting op het perceel. Op deze manier zal het meer als een logisch geheel worden ervaren. Op zichzelf staande windturbines in het open landschap worden niet toegestaan. De plaatsing van kleine windturbines kan ook impact hebben op het woon- en leefklimaat van direct omwonenden. Om de impact van windturbines zo veel als mogelijk te beperken, worden verschillende voorwaarden gesteld.
Om de windturbines zo goed als mogelijk in de omgeving in te passen is maatwerk vereist. Per verzoek zal een beoordeling plaatsvinden door een deskundig adviseur van de gemeente. Om de beoordeling soepel te laten verlopen geven we de volgende voorwaarden mee aan de deelnemers van de pilot:
De windturbines moeten een duidelijke ruimtelijke eenheid vormen met de overige bebouwing en beplanting op het erf. Bijvoorbeeld door de windturbine(s) op een snijpunt van twee gebouwen te plaatsen, op een hoekpunt te plaatsen of als markering van het einde van het erf;
De windturbines dienen een neutrale kleurstelling, bijvoorbeeld lichtgrijs of lichtgroen, te krijgen en mogen niet reflecterend zijn;
Per agrariër zijn maximaal 2 kleine windturbines toegestaan;
De windturbines hebben een maximale ashoogte van 15 meter, gemeten vanaf maaiveld tot de wiekenas;
De windturbines mogen alleen op het achtererf worden geplaatst en de gehele windturbine (inclusief wieken) dient binnen één eigendom te worden geplaatst;
Op percelen waarop een monument is gesitueerd of die gelegen zijn in de nabijheid van een monument, zijn kleine windturbines niet toegestaan;
Op percelen die zijn gelegen binnen bestemmingen die (mede) bedoeld zijn voor de instandhouding van cultuurhistorische- en natuurwaarden, zijn geen kleine windturbines toegestaan;
De kleine windturbines mogen niet binnen een molenbiotoop worden geplaatst;
De opslag van elektriciteit in accu’s dient in eerste instantie in bestaande gebouwen te worden geïntegreerd. Is dit niet mogelijk, dan dienen de accu’s met beplanting te worden ingepast.
Landschappelijke inpassing
De windturbines dienen te worden afgestemd op de bestaande beplanting en er mogen geen bomen worden gekapt ten behoeve van de plaatsing van de windturbine(s). De bestaande landschapselementen dienen zoveel als mogelijk te worden behouden en waar nodig te worden versterkt om zo een goede landschappelijke inpassing te verkrijgen.
Om de windturbines zo goed als mogelijk in haar omgeving in te passen is maatwerk vereist. Hierdoor vragen we om een inrichtingstekening van het totale erf, waarop aan de hand van de bestaande bebouwing, beplanting en de positie van de windturbine de landschappelijke inpassing is onderbouwd.
Omgevingsdialoog
De initiatiefnemer dient met de direct omwonenden in gesprek te gaan over de plaatsing van de windturbine(s). Een verslag van de omgevingsdialoog dient aan de gemeente te worden voorgelegd.
Aanleveren energieplan
De initiatiefnemer dient een energieplan aan de gemeente voor te leggen. Hieruit dient te blijken dat de opgewekte elektriciteit nodig is voor de eigen energievoorziening en dat er, indien sprake is van een grootverbruikaansluiting, geen levering aan het elektriciteitsnet plaatsvindt.
Bouwbesluit
Een kleine windturbine is een bouwwerk, waardoor het op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aan het Bouwbesluit dient te worden getoetst.
Milieu en natuur
De impact van de windturbines op het milieu en de natuur dient beperkt te blijven. Er moet worden voldaan aan de Wet milieubeheer en de Wet natuurbescherming. Met name de gebiedsbescherming en soortenbescherming zijn relevant. In het kader van de Wet natuurbescherming dient de ondernemer een QuickScan Flora en Fauna te laten uitvoeren. Daarnaast moet worden getoetst aan de regelgeving omtrent stikstofreductie.
Minimale afstand tot kwetsbare objecten
In verband met val- en werpgevaar, bestaan er minimale afstandseisen tussen windturbines en (beperkt) kwetsbare objecten. De minimale afstand tussen de windturbines en kwetsbare objecten , zoals woningen, is de ashoogte + halve rotordiameter of de werpafstand bij nominaal toerental.
Slagschaduw
Slagschaduw komt bij kleinere windturbines vaker voor dan bij grotere windturbines, dit komt omdat zij een hogere passeerfrequentie hebben. In het activiteitenbesluit en de activiteitenregeling Milieubeheer zijn normen omtrent slagschaduw opgenomen, waaraan de kleine windturbines dienen te voldoen. Indien de afstand tussen de windturbine en het kwetsbaar object minder is dan twaalf maal de rotordiameter en uit berekeningen blijkt dat slagschaduw gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag kan optreden, is een automatische stilstandvoorziening verplicht. In de uitspraak (202003882/1/R3) van de Raad van State staat dat de normen uit het activiteitenbesluit/regeling niet zonder meer mogen worden overgenomen. Gemeenten moeten de normen motiveren. We zullen beoordelen of de windturbines niet zorgen voor aantasting van de leefomgeving. Hierbij zullen we zo veel mogelijk aansluiting zoeken bij de normen uit het activiteitenbesluit/regeling.
Geluid
Om geluidsoverlast bij kwetsbare objecten te voorkomen moet voldoende afstand in acht worden genomen. Hierbij dient te worden voldaan aan de normen gesteld in het activiteitenbesluit. Er is een speciaal reken- en meetvoorschrift voor windturbines. In het kader van het activiteitenbesluit dient een melding te worden ingediend, waarbij een akoestisch onderzoek moet worden bijgesloten. In de uitspraak (202003882/1/R3) van de Raad van State staat dat de normen uit het activiteitenbesluit/ regeling niet zonder meer mogen worden overgenomen. Gemeenten moeten de normen motiveren. We zullen beoordelen of de windturbines niet zorgen voor aantasting van de leefomgeving. Hierbij zullen we zo veel mogelijk aansluiting zoeken bij de normen uit het activiteitenbesluit/regeling.
Artikel 3.2
Voorwaarden en eisen
Onderdeel van Beleidskader pilot voor het plaatsen van kleine windturbines bij agrarische bedrijven in het buitengebied