Deze beleidsregel maakt de pilot mogelijk voor maximaal 10 locaties waar kleine windturbines kunnen worden geplaatst. Dit initiatief draagt bij aan de realisatie van de doelstelling in de RES met betrekking tot het deel ‘innovatie’. Om te kunnen monitoren hoeveel energie de kleine windturbines opwekken in relatie tot de ‘innovatie-opgave’ vanuit de RES, zal de gemeente dit jaarlijks monitoren aan de hand van officiële opgaven van opgewekte energie die door de ondernemers zullen worden aangeleverd.
De gemeente wil binnen de pilot ook inzichtelijk krijgen wat de impact van de kleine windmolens is op vogels en vleermuizen. De deelnemers aan de pilot houden de aanvaringsslachtoffers bij en gedurende de pilotfase van 2 jaar rapporteren zij hierover halfjaarlijks in januari en juli van ieder jaar aan de gemeente. De rapportage is op maandniveau en bevat aantallen en soorten.
De deelnemers aan de pilot worden geacht mee te werken aan deze monitoring.
Artikel 6.1
Monitoring
Onderdeel van Beleidskader pilot voor het plaatsen van kleine windturbines bij agrarische bedrijven in het buitengebied