3.1. Vooroverleg
De netbeheerder die op eigen initiatief werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college teneinde een aanvraag voor te bereiden.
In de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project, zoals bedoeld in artikel 3.5 lid 2 van de AVOI, initieert het college het vooroverleg.
3.2. Afstemming en verzoek tot aanpassing
In het vooroverleg dat wordt geïnitieerd door of vanwege de gemeente, inventariseert de gemeente gezamenlijk met de netbeheerder de bestaande situatie en oplossingsrichtingen voor eventuele maatregelen.
Elk van de partijen draagt er zorg voor dat de ander voorzien is van de meest actuele informatie.
Het college zendt, na de netbeheerder gehoord te hebben, een verzoek tot aanpassing aan de netbeheerder indien het maatregelen aan kabels en leidingen noodzakelijk acht. Het college omschrijft in het verzoek het project, de noodzaak van de te nemen maatregel en de grondslag voor het verzoek.
Indien de werkzaamheden aan kabels of leidingen plaatsvindt op initiatief van de gemeente, vindt de coördinatie met betrekking tot afstemming, planning en samenhang plaats door het college.
3.3. Voorbereiding en aanvraag instemmingsbesluit of vergunning
De netbeheerder stemt zijn ontwerp af met derde belanghebbenden. De afstemming dient te worden voorgelegd aan het college.
De netbeheerder vraagt het instemmingsbesluit of de vergunning aan met inachtneming van de vereisten van hoofdstuk 2.
Het college stuurt een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de netbeheerder.
3.4. Het werkplan
Afhankelijk van de mogelijke invloed die de werkzaamheden van de netbeheerder hebben op de omgeving, kan door het college een werkplan worden verlangd, waarin de onderwerpen opgesomd in artikel 2.2 lid 4 beschreven dienen te worden.
Het werkplan behoort onlosmakelijk bij het instemmingsbesluit of de vergunning.
Het werkplan dient te worden goedgekeurd door het college.
3.5. Voorschouw
De netbeheerder kan het college vragen om een voorschouw vast te stellen, waarbij de bestaande toestand van de openbare ruimte wordt vastgelegd.
De bestaande toestand wordt in beginsel door de netbeheerder opgenomen in een rapport, voorzien van omschrijvingen en beeldmateriaal. Het college kan besluiten om de bestaande situatie zelf op te nemen in een rapport.
De rapportage als bedoeld in het vorige lid wordt door het college vastgesteld.
Indien geen voorschouw heeft plaatsgevonden, wordt schade aan de openbare ruimte geacht te zijn veroorzaakt door de werkzaamheden van de netbeheerder, tenzij deze het tegendeel kan aantonen.
3.6. Startmelding en inlichten belanghebbenden
De netbeheerder doet minimaal vijf werkdagen voorafgaande aan de start van zijn werkzaamheden langs elektronische weg een startmelding via het door de gemeente gehanteerde meldsysteem.
De melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard geldt tevens als startmelding als bedoeld in het eerste lid.
Indien de startmelding niet langs elektronische weg wordt ingediend, wordt de startmelding schriftelijk in enkelvoud ingediend bij het college. Een afschrift van de vergunning of het instemmingsbesluit moet bij de startmelding worden bijgevoegd.
Minimaal vijf werkdagen voorafgaande aan de start van zijn werkzaamheden informeert de netbeheerder alle belanghebbenden, waarbij de volgende informatie wordt verstrekt:
de contactgegevens van de netbeheerder;
de contactgegevens van de uitvoerende partij;
de start- en einddatum van de werkzaamheden;
een omschrijving van de werkzaamheden;
een omschrijving van de bereikbaarheid in verband met afzetting en omleiding;
de contactgegevens van de gemeente.
Onder contactgegevens als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval verstaan een e-mailadres en telefoonnummer van degene die verantwoordelijk is voor de uit te voeren werkzaamheden of, waar het betreft de gemeente, is toegewezen als contactpersoon.
Een afschrift van de in lid 4 aan belanghebbenden verstrekte informatie dient aan het college te worden gezonden.
Indien de netbeheerder niet op de aangegeven datum start, meldt hij dit aan het college. Het college kan bepalen dat een nieuwe startmelding noodzakelijk is.
Indien de netbeheerder schade aan de openbare ruimte binnen zijn werkgebied aantreft, dan dient hij dat voor aanvang van de werkzaamheden aan de toezichthouder te melden.
3.7. Uitvoering
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een kopie van het instemmingsbesluit of de vergunning met alle bescheiden aanwezig te zijn op het werk.
De netbeheerder voert zijn werkzaamheden uit in overeenstemming met het instemmingsbesluit dan wel de vergunning en het eventuele werkplan.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient de toezichthouder van de gemeente te allen tijde een aanspreekpunt te hebben vanuit de uitvoerende partij die de verantwoordelijkheid draagt voor het naleven van de wet- en regelgeving en de door de gemeente gestelde voorwaarden.
De netbeheerder waarborgt de veiligheid op de werklocatie.
De netbeheerder waarborgt de toegang tot particuliere percelen tot aan de openbare weg gedurende de uitvoering van de werkzaamheden.
De netbeheerder zorgt ervoor dat wegen en voetpaden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk schoon gehouden worden.
Ontwerpen, bouwstoffen en uitvoeringsmethoden dienen aantoonbaar te voldoen aan alle geldende wetten, normen en richtlijnen.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden in, op of in de nabijheid van bomen, bermen, gazons of groenvoorzieningen moet gehouden worden aan het gemeentelijk beleid op dit terrein.
Per dag mag er geen grotere sleuf worden gegraven dan op die dag kan worden hersteld.
Herstel van de weg dient in beginsel direct na voltooiing van de fysieke werkzaamheden plaats te vinden. Totdat de weg is hersteld blijft de netbeheerder verantwoordelijk voor de instandhouding van de bereikbaarheid en verkeersmaatregelen.
Naast de voorschriften als bedoeld in dit artikel dient de uitvoering te geschieden conform de volgende voorschriften:
Richtlijn zorgvuldig graafproces (CROW-publicatie 250);
Kabels en leidingen in verontreinigde bodem (CROW-publicatie 307);
Kabels en leidingen rond wateren en waterkering (CROW-publicatie 308);
Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen (CROW-publicatie 280);
Maatregelen op niet-autosnelwegen (CROW-publicatie 96b);
Omgaan met vrijkomend asfalt (CROW-publicatie 210);
Handleiding Wegenbouw, Ontwerp Onderbouw, Richtlijn Boortechnieken, (DWW-2003-047);
Standaard RAW bepalingen 2015 (CROW publicatie 480).
3.8. Werktijden
Werkzaamheden worden uitgevoerd op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, tussen 08:00 en 17:00 uur.
Het college kan afwijkende werktijden voorschrijven in het instemmingsbesluit of de vergunning.
3.9. Graaf- en breekverbod
Het college kan in de volgende situaties een graaf- en breekverbod instellen:
bij extreme weersomstandigheden;
bij een gesloten sneeuwdek en vorst;
op de locatie waar een evenement plaatsvindt en in de directe omgeving daarvan;
indien onvoorziene omstandigheden leiden tot gevaar voor de openbare orde of de veiligheid.
Indien een graaf- en breekverbod wordt ingesteld op het moment dat er reeds werkzaamheden worden verricht, dan:
wordt op plaatsen waar de wegverharding is opgebroken tijdelijke bestrating aangebracht en dient losliggend puin en overtollig zand te worden afgevoerd door de netbeheerder;
dient opslag van materialen achter deugdelijk afgesloten bouwhekken plaats te vinden door de netbeheerder.
Indien zich tijdens een ingesteld graafverbod een calamiteit of ernstige belemmering of storing voordoet in de dienstverlening, als bedoeld in artikel 2.1 lid 4 van de AVOI, dient de procedure van artikel 2.3 te worden gevolgd.
3.10. Gereedmelding of dreigende overschrijding
De netbeheerder die zijn fysieke werkzaamheden heeft afgerond doet hiervan binnen vijf werkdagen langs elektronische weg een gereedmelding bij het college via het door de gemeente gehanteerde meldsysteem.
Bij dreigende overschrijding van de toegestane uitvoeringsduur dient voor verlenging van de uitvoeringsduur een melding te worden gedaan in het door de gemeente gehanteerde meldsysteem.
Aan de melding als bedoeld in het vorige lid kunnen nadere voorschriften worden verbonden.
Indien de gereedmelding niet langs elektronische weg wordt ingediend, wordt de gereedmelding schriftelijk in enkelvoud ingediend bij het college. Een afschrift van de vergunning of het instemmingsbesluit moet bij de gereedmelding worden bijgevoegd
3.11. Opname eindsituatie
De eindsituatie kan door de toezichthouder worden opgenomen en vastgelegd in een eindrapport.
Ten behoeve van het eindrapport als bedoeld in het eerste lid levert de netbeheerder, indien de werkzaamheden niet conform de voorschriften zijn uitgevoerd, een aangepaste tracétekening aan.
Het rapport wordt akkoord bevonden door de toezichthouder als de werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de gestelde voorschriften dan wel als de aangepaste tracétekening is geaccordeerd en als er overeenstemming is over het herstel in de oude staat.