Gemeente Súdwest-Fryslân wil de inpassing van kleine windturbines mogelijk maken op agrarische bouwpercelen. Ze wil daarbij rekening houden met de natuur en het landschap. Inwoners en bezoekers van Súdwest-Fryslân hechten veel waarde aan het Friese landschap met weidse vergezichten en willen zo min mogelijk visuele verstoring. Het uitgangspunt is daarom een rustig beeld in het landschap en het voorkomen van verrommeling. Randvoorwaarden zijn (1) eenduidigheid van alle turbines in de gemeente qua hoofdvorm en kleurstelling en (2) dat de kleine windturbine deel uitmaakt van het agrarisch bouwperceel. Turbines in Súdwest-Fryslân hebben in de toekomst drie wieken. Grote windturbines in het open landschap zijn wit van kleur en vallen bij veel weersomstandigheden weg tegen de lucht of ogen grijs. Kleine erfturbines hebben dezelfde hoofdvorm als grotere turbines in Súdwest-Fryslân, zodat ze familie zijn. Ze staan niet in het open landschap, wel nabij of op agrarische bouwpercelen en hebben bij voorkeur een grijstint, waardoor ze minder tegen de erfbeplanting en bebouwing afsteken en deel zullen uitmaken van het agrarisch bouwperceel.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1
Ambities landschappelijke inpassing
Onderdeel van Beleidsregel toetsingskader kleine windturbines