Súdwest-Fryslân stimuleert een lokale circulaire economie. Ze vraagt aan leveranciers, bouwers, ontwikkelaars, architecten en initiatiefnemers aan te geven waarom de producten, die zij leveren of waarvoor zij een vergunning aanvragen, circulair en biobased zijn. Dat doet ze ook bij kleine windturbines. Zij hanteert de Friese definitie voor circulair inkopen: “Een product is circulair ingekocht wanneer een product technisch-inhoudelijk (op energie en materialen) circulair is, of wanneer er procesmatige afspraken zijn gemaakt over het borgen van circulariteit.” Zij verzoekt de turbines losmaakbaar te maken. Ze wil dat onderdelen/materialen herbruikbaar, na afloop beter op te ruimen en bij schade eenvoudig te vervangen zijn. De gemeente wil met stakeholders onderzoeken hoe en wanneer een materialenpaspoort onderdeel kan worden van de vergunningaanvraag. Dit bijvoorbeeld voor dezelfde types. Zij wil tevens met stakeholders de kansen onderzoeken voor biobased windturbines. Dit zijn “turbines van hernieuwbare of recyclebare stoffen, waarbij de productie onafhankelijk is van fossiele brandstof”.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.2
Circulaire ambities
Onderdeel van Beleidsregel toetsingskader kleine windturbines