Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.4

Ambitie landschappelijke inpassing gevisualiseerd

Onderdeel van Beleidsregel toetsingskader kleine windturbines

Huidige situatie Afbeelding 1: agrarische bouwpercelen liggen in Súdwest-Fryslân als ‘eilanden’ in het open landschap (voorbeeld zonder windturbine). Dit is een sterke kernwaarde. Een hoofduitgangspunt voor de inpassing van kleine windturbines is daarom dat de kleine windturbine deel gaat uitmaken van het erf; het totaal van bebouwing, opstallen, groen en water. Hoe inpassen? Kleine windturbines kunnen op verschillende manieren worden ingepast, mits ze deel gaan uitmaken van het bouwperceel en ‘rugdekking’ hebben van erfbeplanting of bebouwing. Hieronder zijn twee opties gevisualiseerd: Afbeelding 2: de windturbine wordt op het erf geplaatst . Afbeelding 3: de windturbine maakt onderdeel uit van het erf door aanvullende beplanting, die zo is gesitueerd dat ze geen of nauwelijks luwte veroorzaakt . Wat voorkomen? Voorkom verrommeling of verstoring van het landschap. Zorg dat kleine windturbines niet ‘los’ in het landschap komen te staan (Afb. 4), want dan maakt de windturbine geen deel uit van het erf. Afbeelding 4 Afbeelding 5: Plaats geen witte windturbines, want die steken af tegen de erfbeplanting en bebouwing .

Rechtspraak bij dit artikel