In het Huisvestingsplan bijzondere groepen maken we onderscheid tussen de volgende groepen:
- - Mensen met ernstige psychologische problemen.
- - Dak- en thuislozen
- - Inwoners met een (lichte) verstandelijke beperking
- - Jongeren die uitstromen uit de (intramurale) jeugdhulp
- - Ex-gedetineerden
- - Overige inwoners die niet tot bovenstaande groepen horen maar niet in staat zijn om zelfstandig in hun huisvesting te voorzien en zelfstandig te wonen
Bovengenoemde groepen huisvesten we thans via de contingentenregeling. Daarnaast is het mogelijk een beroep te doen op de urgentieregeling (waarmee men voorrang krijgt op een sociale huurwoning). Hiervoor gelden de volgende criteria:
- - Medische problematiek
- - Dreigende dakloosheid met kind (relatiebreuk en overig);
- - Aantoonbare lichamelijke of psychosociale klachten in relatie tot de huidige woning
- - Onvoorziene financiële teruggang waardoor huurquote te hoog wordt
- - Lichamelijke of geestelijke mishandeling
- - Mantelzorg (verhuizing noodzakelijk om mantelzorg te leveren)
- - Uitstroom vrouwenopvang
- - Overig (hardheidsclausule) waaronder niet-zelfredzame relatiebrekers zonder kinderen
Naast deze groepen doen de volgende groepen een beroep op de woningvoorraad:
- - Statushouders (voor de huisvesting van statushouders doen we een beroep op de corporaties)
- - Arbeidsmigranten