• - Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
  • - binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
    • - gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
    • - voldoende financiële draagkracht om zelf de hulp te kunnen bieden;
    • - het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.
  • - door gebruik te maken van een algemene voorziening, of;
  • - door gebruik te maken van een andere voorziening.
  • - Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
  • - als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
  • - voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
  • - De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag en alleen als het hulpverleningstraject niet al is afgerond voorafgaand aan de aanvraag.
  • - Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.