Naar hoofdinhoud
a. . Harddrugs: Middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet, met uitzondering van softdrugs. b. . Softdrugs: hasjiesj en hennep (ook stekjes), zoals omschreven in lijst II behorend bij de Opiumwet. c. . Handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig hebben van een handelshoeveelheid. d. . Woning: een voor bewoning bestemd gebouw. Onder dit begrip vallen ook woonwagens, woonschepen en woonketen. De vraag of een gebouw als woning kan worden gezien, dient te worden beantwoord door te kijken of het pand “naar zijn aard voor bewoning is bestemd”. Dit zal moeten worden beantwoord naar een “zo objectief mogelijke maatstaf” waarbij “zo veel mogelijk gekeken wordt naar de kenmerken van het bouwwerk zelf”. Met deze kenmerken wordt “aanknoping gezocht of het pand naar zijn aard voor bewoning is bestemd.“ Een dergelijke aanknoping wordt bereikt door te kijken naar het “doel waarvoor het bouwwerk is ontworpen en gebouwd.” e. . Een voor het publiek toegankelijk lokaal: een besloten ruimte, met inbegrip van een daarbij behorend erf, die –al dan niet met enige beperking- voor het publiek toegankelijk is. f. . Een niet voor het publiek toegankelijk lokaal: een besloten ruimte, met inbegrip van een daarbij behorend erf, die niet voor het publiek toegankelijk is, niet zijnde een woning. g. . Voorbereidingshandelingen: voorwerpen of stoffen in een woning, lokaal of bijbehorend erf aanwezig, die bestemd zijn voor onder meer het telen of bereiden van drugs. Het gaat om voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a of 11 van de Opiumwet. h. . Coffeeshop: een openbare inrichting waar alcoholvrije dranken worden verkocht en waar verkoop van softdrugs plaatsvindt op grond van een daartoe door de burgemeester verleende gedoogbeschikking. i. . Bevoegdheid van de burgemeester: bevoegdheid op basis van artikel 13b Opiumwet. j. . Bevoegdheid van het College: bevoegdheid op basis van de Woningwet c.a. k. . Voorwaardelijke sluiting woning: sluiting, die pas wordt uitgevoerd als de betrokkene zich niet aan door de burgemeester gestelde voorwaarden houdt. Als voorwaarde daarbij geldt altijd dat de betrokkene zich niet binnen een bepaalde proeftijd opnieuw aan een aan de Opiumwet gerelateerd strafbaar feit schuldig mag maken. De proeftijd bedraagt in principe twee jaar. Toelichting op de begrippen: Handelsvoorraad drugs Bij de beoordeling of sprake is van een handelsvoorraad drugs gaat de burgemeester uit van de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie. Bij overschrijding van de hoeveelheid die bestemd is voor eigen gebruik wordt aangenomen dat de drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het tegendeel dient aannemelijk te worden gemaakt door de overtreder. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de zinsnede ‘daartoe aanwezig is’ in artikel 13b lid 1 Opiumwet zo uit te leggen dat de burgemeester al bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, indien in een pand een handelshoeveelheid drugs aanwezig is. Softdrugs Met betrekking tot hennep wordt in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ wordt van een handelshoeveelheid gesproken bij 6 planten of meer en/of een hoeveelheid van meer dan 5 gram. Echter, bij hoeveelheden tussen de 5 en 50 gram wordt aangenomen dat die niet gebruikt worden om te verkopen of anderszins te verstrekken. Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik. Onder softdrugs vallen ook bewerkte en onbewerkte ‘paddo’s (paddenstoelen die van nature de stof psilocine, psylocybine, muscimol dan wel iboteenzuur bevatten). Ten aanzien van het bezit van paddo’s dient bij het bepalen van wat een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik is, een onderscheid gemaakt te worden in verse paddo’s en gedroogde paddo’s. Onder een gebruikershoeveelheid wordt doorgaans verstaan 0,5 gram gedroogde paddo’s en 5 gram verse dan wel niet gedroogde paddo’s. Harddrugs In de ‘Aanwijzing Opiumwet’ wordt met betrekking tot harddrugs onder een gebruikershoeveelheid verstaan: een hoeveelheid/dosis die doorgaans wordt aangehouden als gebruikershoeveelheid. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet. Het gaat in elk geval om een aangetroffen hoeveelheid van maximaal 0,5 gram. Voor wat betreft GHB wordt een consumptie-eenheid aangehouden van 5 ml. Grotere hoeveelheden dan de genoemde hoeveelheden, worden aangemerkt als een handelsvoorraad. Voorbereidingshandelingen Er zijn ook woningen en panden die een grote rol spelen in de handel van drugs waarbij er tijdens de instap van de politie echter geen drugs, in de zin van lijst I of lijst II van de Opiumwet, worden aangetroffen. In dergelijke panden worden dan wel allerlei stoffen en voorwerpen aangetroffen die worden gebruikt voor productie en distributie van drugs, maar geen drugs. Hierbij kan worden gedacht aan bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen. Bij het aantreffen van dergelijke stoffen en/of voorwerpen is wel vaak sprake van een strafbaar feit op grond van artikel 10a of 11a (strafbare voorbereidingshandeling). Door het ontbreken van drugs was bestuurlijk optreden op basis van de Opiumwet eerder niet mogelijk. Deze producten die vaak worden aangetroffen vielen tot 1 januari 2019 niet onder de werking van artikel 13b van de Opiumwet. Sinds de wijziging van dit artikel kan de burgemeester nu ook een bestuurlijke maatregel treffen op locaties waar dergelijke goederen zijn aangetroffen. Het is van belang na te gaan of degene die een voorwerp of stof in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Dit kan al blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stof of uit de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie. Daarnaast kan dit ook blijken uit tapgesprekken of observaties uit een opsporingsonderzoek. Niet alleen de productie en handel in drugs, maar ook het voorbereiden en faciliteren ervan is een ernstige aantasting van de openbare orde. Niet alle op grond van artikel 10 of 11a Opiumwet strafbare voorbereidingshandelingen wegen mee. Alleen het in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden hebben van de hierboven genoemde voorwerpen of stoffen, verschaffen de bevoegdheid aan de burgemeester om over te gaan tot een bestuurlijke maategel. Dit is niet het geval bij het aantreffen van (uitsluitend) vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 Opiumwet. Onderscheid lokalen en woningen Bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet wordt onderscheid gemaakt tussen lokalen en woningen. Onder lokaal wordt in dit verband verstaan: een pand niet zijnde een woning, al dan niet voor het publiek toegankelijk, waar geen coffeeshop in is gevestigd. Onder woning wordt in dit verband verstaan: een voor bewoning gebruikte ruimte. Onder woning kan bijvoorbeeld ook een boot, caravan of woonwagen worden verstaan. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet wordt gebruikt als woning, kan worden aangemerkt als lokaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel