Het is niet redelijk om een omgevingsvergunning voor bouwen aan te houden indien er op het perceel een (mogelijk) geval van ernstige perceelsoverschrijdende bodemverontreiniging aanwezig is. Het volledig afperken van een dergelijke verontreiniging is immers alleen mogelijk indien toestemming wordt gegeven door de eigenaar van het naastgelegen perceel.
In dergelijke gevallen wordt de vergunning verleend onder de voorwaarde dat er niet gebouwd gaat worden op het verontreinigde deel en dat er daar geen moestuin gerealiseerd mag worden (in geval van een verontreiniging met lood). De Omgevingsdienst meldt de verontreiniging aan het bevoegd gezag Wbb. Vervolgens kan de eigenaar van naastgelegen perceel door het bevoegd gezag Wbb worden aangeschreven om bodemonderzoek uit te voeren.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.4
Perceelsoverschrijdende sterke verontreinigingen
Onderdeel van Bodemkwaliteit bij bouwen