Wat als er een bodemverontreiniging is aangetroffen en sprake is van een redelijk vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging?
Op basis van artikel 6.2.c van de Wabo treedt een omgevingsvergunning niet eerder in werking totdat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstig en spoedeisend geval van bodemverontreiniging. De vergunning wordt dus wel verleend, maar kan nog niet worden gebruikt! Dit moet de aanvrager uiteraard gemeld worden. De vergunningaanvrager moet vervolgens eerst aantonen dat er geen sprake is van een ernstig en spoedeisend geval.
Het nader bodemonderzoek zal dus uitsluitsel moeten geven over de ernst en spoedeisendheid. Deze beoordeling moet formeel door het bevoegd gezag Wbb gebeuren, maar bij overzichtelijke gevallen kan dit ook door de ODMH. Hiermee wordt voorkomen dat de aanvragers onnodig in Wbb-procedures terecht komen. Uit ervaring blijkt namelijk dat in circa de helft van de situaties middels een eenvoudig aanvullend onderzoek uitsluitsel kan worden gegeven over de ernst van een verontreiniging.
De volgende situaties kunnen zich voordoen:
geval van ernstige bodemverontreiniging, maar geen spoed → beschikking ernst en geen spoed moet zijn afgegeven en daarna treedt de omgevingsvergunning in werking. Niettemin blijft er ook hier sprake van een ernstige bodemverontreiniging. De omgevingsvergunning treedt in werking, maar het Wbb-traject wordt ook gestart. Er mag niet geroerd worden in verontreinigde grond (verbod tot verplaatsing verontreinigde grond van artikel 28 Wbb). Wanneer in de grond wordt geroerd, gegraven of wanneer er een leeflaag wordt aangebracht, moet een saneringsplan of een BUS-melding worden ingediend inzake de sanering van het ernstige, niet spoedeisende geval van bodemverontreiniging.
Dit gegeven moet zeer duidelijk worden gecommuniceerd naar de aanvrager van de omgevingsvergunning.
geval van ernstige en spoedeisende bodemverontreiniging. Afhankelijk van de verontreinigingssituatie en de saneringsaanpak wordt een saneringsplan opgesteld of BUS-melding ingediend:
saneringsplan. Na de instemmingsbeschikking met het saneringsplan treedt de omgevingsvergunning in werking. Ook hier zal het Wbb-traject moeten worden doorlopen.
BUS-melding. Na het verstrijken van de termijn van 5 weken nadat een correcte BUS-melding is ontvangen treedt de omgevingsvergunning in werking. Ook hier zal het Wbb-traject moeten worden doorlopen.
geen geval van ernstige bodemverontreiniging → de omgevingsvergunning treedt in werking. Het Wbb-traject speelt hier geen rol.
Het feit dat de omgevingsvergunning voor bouwen onder de Wabo wel wordt verleend, maar in sommige gevallen nog niet kan worden gebruikt, betekent dat de communicatie naar de aanvrager zeer goed moet zijn over de voorwaarde voor inwerkingtreding. De aanvrager mag nog niet gaan “roeren” in de grond.
Bovenstaande is samengevat in onderstaand schema.
In artikel 6.2c van de Wabo wordt aangegeven dat er ter plaatse van het bouwwerk sprake moet zijn van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging om de inwerkingtreding te kunnen opschorten. Als het geval dus niet ter plaatse van het bouwwerk ligt maar bijvoorbeeld in de tuin, treed de vergunning wel in werking. De Wbb dient dan als vangnet om risico’s ter plaatse van de verontreiniging weg te nemen.