**1..** De gemeente heeft reeds grondpositie
De locatie is reeds in bezit van de gemeente heeft haar functie verloren, zoals een leegstaand schoolgebouw of agrarische gronden. De gemeente wil de locatie een nieuwe, passende bestemming geven. De meeste functies zal de gemeente door derden laten realiseren, waardoor de grond wordt verkocht of
**2..** De gemeente wil een stevige regie op de planontwikkeling hebben.
vanwege een bepaald programma
De gemeente wenst zekerheid dat een bepaald programma ook echt gerealiseerd wordt om achterliggende beleidsdoelstellingen te realiseren. Dit kan door zelf (vaak onrendabele) functies te laten realiseren voor bijvoorbeeld sportaccommodaties.
Het kan ook gaan om de aanleg van infrastructuur of openbaar gebied (wegen, groen en water). Tot slot kan het gaan om beleidsmatig gewenste functies, zoals bijzondere woonvormen of woningen in specifieke prijsklassen (sociale huur / koop of middenhuur).
Voor andere woningbouwcategorieën ligt dit niet voor de hand.
vanwege de omgeving
De ligging van een project in een bepaalde omgeving kan ertoe leiden dat de gemeente meer sturing wil. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn van een project binnen het beschermd stadsgezicht of in een gebied met veel natuurwaarden.
marktfalen
De gemeente laat bij voorkeur de ontwikkeling van gebieden en de realisatie van functies over aan marktpartijen. Er kunnen redenen zijn waarom de markt deze rol niet oppakt. In die situaties kan de gemeente hiertoe het initiatief nemen. Dit kan door mee te werken aan nieuwe particuliere initiatieven, door ambities om te zetten in heldere randvoorwaarden en door gebieden aan te wijzen en omstandigheden (bijvoorbeeld sanering of sloop) of randvoorwaarden (bestemming) te optimaliseren zodat marktpartijen alsnog participeren. en
**3..** De ontwikkeling is financieel uitvoerbaar met beheersbare risico’sAan het besluit om te starten met een project gaat een haalbaarheidsanalyse vooraf. Daarbij worden kosten, eventuele opbrengsten en alternatieve dekkingsbronnen (subsidies, eigen bijdrage gemeente etc.) in beeld gebracht. Een project kan pas worden opgestart nadat financieel uitvoerbaarheid is aangetoond en als de risico’s beheersbaar zijn.
Als de grondexploitatie van een locatie een positief saldo heeft, ligt het voor de hand om te kiezen voor actief grondbeleid. Bij faciliterend grondbeleid daarentegen, is alleen kostenverhaal mogelijk (paragraaf 2.2). De gemeente kan de gemaakte kosten verhalen op de initiatiefnemer3Gelimiteerde kostensoortenlijst BRO, maar profiteert dan niet van eventuele winsten.
Niet alleen het financiële resultaat is van belang, maar ook de aan het project verbonden financiële risico’s. Deze risico’s kunnen beter beheersbaar zijn binnen een gemeentelijk project (bijvoorbeeld door versobering van het ontwerp bij tegenvallers). Ook kunnen op projectniveau beheersmaatregelen zijn getroffen, zoals een risicoreservering of via positieve risico’s. Er kunnen ook risico’s optreden die buiten de invloedsfeer van het project liggen, bijvoorbeeld vanwege macro-economische ontwikkeling. Deze risico’s worden portefeuillebreed geïnventariseerd bij het bepalen van het vereiste weerstandsvermogen.
Het verleden heeft bewezen dat vanwege onvoorziene tegenvallers en daarmee samenhangende verliezen voor lopende grondexploitaties voorzieningen getroffen moesten worden. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke reserve, het weerstandsvermogen en schuldpositie.
Aan het voeren van actief grondbeleid kleven risico’s. Van tevoren moet duidelijk zijn of de gemeente het financiële risico verbonden aan de grondexploitatie zou kunnen opvangen, wanneer het risico zich ook daadwerkelijk voordoet.
Tot slot moet het project conform BBV regelgeving binnen 10 jaar zijn gerealiseerd. Door in algemene zin met kleinschalige projecten en realistische korte termijn planningen te werken, ontstaat de mogelijkheid om de programmering af te stemmen op veranderingen in vraag en verbetert het risicoprofiel van de projecten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2.
Criteria voor actief grondbeleid
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2017