Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 33 |

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad Alkmaar, 2022

Een lid mag uitsluitend aan de stemming deelnemen als hij de presentielijst heeft getekend voordat de voorzitter over gaat tot stemming. Het tekenen van de presentielijst tijdens de stemming is niet toegestaan. Na de beraadslaging gaat de voorzitter over tot stemming en formuleert het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Vervolgens vraagt de voorzitter of een lid van de raad behoefte heeft aan een stemverklaring. De voorzitter vraagt vervolgens of er stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt verlangd, stelt de voorzitter op grond van artikel 32 lid 3 Gemeentewet vast dat het voorstel is aangenomen. Indien een of meer leden om stemming vragen dan geschiedt dit op elektronische wijze dan wel bij handopsteking, tenzij een lid vraagt om mondelinge stemming bij hoofdelijke oproeping. Indien de voorzitter van oordeel is dat een verzoek om mondelinge hoofdelijke stemming oneigenlijk wordt gebruikt, kan hij de raad voorstellen om op elektronische wijze dan wel bij handopsteking te stemmen. Bij een mondelinge hoofdelijke stemming roept de voorzitter de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 35 van dit reglement is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst en het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegen gestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming hebben onthouden. Bij (mondelinge hoofdelijke) stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. Bij mondelinge hoofdelijke stemming brengen de leden hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal ‘voor’ en ‘tegen’ uitgebrachte stemmen. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge lid 11 opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. Onder voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht. Een lid van de raad of de voorzitter kan de leden van de raad een voorstel doen nog niet behandelde agendapunten in verband met de tijd door te schuiven naar een volgende vergadering. In geval de stemmen staken over dit voorstel, beslist de voorzitter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel