Het organiseren van een zorgvuldig proces met inwoners en andere belanghouders is dé basis voor een succesvolle energietransitie, zo blijkt keer op keer5 Wind- en zonneparken realiseren samen met inwoners; Uitgave van Natuur en Milieufederaties i.s.m. Energie Samen, juni 2019.. Vooral het meekrijgen van inwoners is een uitdaging. Ervaringen wijzen uit dat belangrijke sleutels voor succes zijn:
Investeer van begin tot eind in het participatieproces; hou als gemeente zelf de regie!
Laat de baten ten goede komen aan de lokale gemeenschap, 50% lokaal eigendom is mogelijk.
Daarnaast is het van belang inwoners, bedrijven en organisaties duidelijk te maken dat wordt gewerkt vanuit een brede, maar grote opgave. Projecten zijn daarin exponenten die in de praktijk nogal eens leiden tot weerstand. Niet alle impact is op te lossen, er gaat zeker wat veranderen in de leefomgeving. Vanuit deze houding volgt logisch het volgende uitgangspunt:
Een zonneproject kan afhankelijk van de schaal en locatie een verschillende impact hebben. Per definitie is er sprake van omgevingsdialoog met direct om/aanwonenden. Met name als het gaat om de sporen 3, 4 en 5 kan een dialoog met de gemeenschap (bijvoorbeeld kernoverleg of buurtvereniging) nuttig en nodig zijn. We maken dan ook onderscheid in beide omgevingsdialogen
Omgevingsdialoog met direct om/aanwonenden
Het inrichten van grootschalige zonneparken heeft ruimtelijke en maatschappelijke effecten. Er ligt een uitdaging om het woon- en leefklimaat van onze inwoners zo min mogelijk aan te tasten. Het is essentieel de omgeving (direct omwonenden en aangrenzende grondeigenaren) zo vroeg mogelijk in de planvorming te betrekken. Projecten waarbij inwoners, eigenaren of lokale ondernemers participeren hebben een grotere kans van slagen. Bij initiatieven voor het grootschalig opwekken van zonne-energie geldt daarom als voorwaarde dat de initiatiefnemer maximale betrokkenheid van de inwoners en andere betrokkenen in de omgeving creëert. Hierbij maken we onderscheid tussen de werkzaamheden die de initiatiefnemer verplicht is om te nemen, de “inspanningsverplichting” en de extra’s ten behoeve van participatie, compensatie en acceptatie. De betrokkenheid is in de voorbereidende fase van essentieel belang, maar moet ook in de realisatie en exploitatiefase geborgd zijn. Hierbij benadrukken we dat het algemeen belang - het halen van de gemeentelijke klimaatdoelstelling en het realiseren van een duurzame energievoorziening - zwaarwegend is. Met andere woorden: de ideale situatie waarbij iedereen voorstander is van een plan zal een utopie zijn.
Inspanningsverplichting
De initiatiefnemer verplicht zich tot het doen van aanzienlijke inspanningen om het maximale resultaat te bereiken in het betrekken van de directe omgeving in de fase van planvorming. In overleg met de gemeente wordt de directe omgeving bepaald, soms gaat het om ca. 400m rondom het plan, soms is een kleinere afstand afdoende, soms juist wat groter. Het gaat hierbij niet alleen om de inspanning zelf maar ook om het aantonen hiervan. Dat laatste speelt een cruciale rol en maakt onderdeel uit van de onderbouwing bij de vergunningaanvraag. De gemeente heeft hierbij in eerste instantie een faciliterende rol en toetst de inspanning van de aanvrager.
Het is aan de initiatiefnemer om de omgeving te betrekken bij het ontwerp van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. De gemeente toetst of de dialoog tussen initiatiefnemer en zijn omgeving goed verloopt. Om dat te borgen stellen we voorwaarden waaraan de initiatiefnemer minimaal moet voldoen. Zie bijlage 2 voor de Leidraad Omgevingsdialoog.
Zo worden de verslagen van de bijeenkomsten en overleggen, inclusief reacties uit de omgeving, als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Dit dossier maakt dus deel uit van de vergunningaanvraag. De initiatiefnemer neemt in de toelichting op hoe de opmerkingen in de ruimtelijke onderbouwing zijn verwerkt. Deze bijeenkomsten en inspraak van omwonenden gaan vooraf aan de vergunningsprocedure en komen niet in plaats van formele zienswijzeprocedures.
Het is belangrijk dat een initiatiefnemer in de onderbouwing van het plan ingaat op de argumenten van omwonenden om bepaalde maatregelen/investeringen wel of niet te doen. Dit mag niet gaan over standpunten en meningen. Op basis van de argumenten kan een initiatiefnemer gericht aanpassingen doen. Een initiatiefnemer hoeft niet letterlijk alles over te nemen van wat er uit de bijeenkomsten naar voren komt, maar mag gemotiveerd afwijken. Hier heeft de gemeente in het voortraject een toetsende rol.
Omgevingsdialoog met kernoverleggen en buurtverenigingen
Initiatiefnemers, maar ook aan/omwonenden klampen met name Kernoverleggen, maar ook buurtverenigingen regelmatig aan. Soms gebeurt dat in een pril stadium waarbij een initiatiefnemer een idee wil voorleggen en het betreffende kernoverleg vraagt hoe deze ertegen aankijkt. Of hoe er in gezamenlijkheid informatie verschaft kan worden naar de inwoners. In beginsel stellen de kernoverleggen zich objectief en onafhankelijk op. Echter door miscommunicatie, onvoldoende informatie of niet meer communiceren kunnen er tegenstellingen gaan ontstaan rond een project. Een kernoverleg kan in een lastig parket terecht komen, waarbij het moeilijk is en blijft om de oorspronkelijke onafhankelijke positie vol te houden. In negatieve zin kan dit leiden tot een actiegroep die tegen een plan in het verweer komt, in positieve zin tot een club die misschien zelfs kansen ziet om op een of andere manier actief mee te doen.
We vragen als gemeente aan de initiatiefnemer om het meest logische en dichtst bij het plangebied gelegen kernoverleg in een vroeg stadium te informeren. Het is aan het kernoverleg zelf om te bepalen op welke wijze het betrokken wil zijn bij de planvorming en eventuele latere fases.
Flankerend
In voorbereiding van de implementatie van de Omgevingswet is er steeds meer aandacht voor de dialoog met de omgeving bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeente stelt in dit hoofdstuk hoe ze hiermee om wil gaan in relatie tot opwekprojecten. De Omgevingswet laat nog even op zich wachten. Hiermee bestaat de kans dat de procedure wordt overgenomen, dan wel dat er nieuw breder kader ontstaat dat aangeeft wat we als gemeente van de omgevingsdialoog verwachten.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Inwoners: samenwerken aan een acceptabel plan
Onderdeel van Toetsings-KODE Beesel - Toetsings-Kader voor Opwekking Duurzame Energie