Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Ruimte: windturbines zijn inzet van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Onderdeel van Toetsings-KODE Beesel - Toetsings-Kader voor Opwekking Duurzame Energie

Een windpark is een groot ruimtelijk proces met een grote impact op de omgeving. De kaarten op de volgende bladzijde geven de (on)mogelijkheden in het Beeselse weer. Vooraf moeten we met veel beperkingen rekening houden, waardoor grote delen van het gemeentelijk grondgebied afvallen. Oostelijk van de A73, in het gebied Meerlebroek, liggen ruimtelijke mogelijkheden. Uitgangspunt is mogelijke initiatieven als maatwerk te boordelen. Uiteindelijk neemt de gemeenteraad een besluit over het initiatief. Niettemin willen wel ook voor deze initiatiefnemers nader kader stellen en uitgangspunten mee geven. Overigens is het geen strikte noodzaak om als gemeente Beesel te kiezen voor windenergie. Zoals gesteld gaan we uit van techniekneutraal: lukt het niet met wind, dan is zon of andere bron of techniek mogelijk een oplossing. Als gemeente spreken we een voorkeur uit om ook binnen onze gemeente te komen tot één windpark met een geïnstalleerd vermogen van 15-20 MW (4-6 turbines). Waarom is windenergie op land nodig, kunnen we niet alles op zee doen? Nederland heeft de doelstelling om de CO2-uitstoot in 2030 met ten minste 49% terug te dringen. Door het kabinet en in het kader van het Klimaatakkoord is gekozen vooral in te zetten op ‘wind op zee’. Maar de zee is ook nodig voor andere functies (visserij, scheepsroutes, natuur en mijnbouw- activiteiten), waardoor ook hernieuwbare opwekking op land nodig is, om deze doelstelling te bereiken. Windenergie op land is op dit moment volgens het Planbureau van de Leefomgeving een van de goedkoopste en meest efficiënte bronnen van duurzame elektriciteit en daarmee onmisbaar in de energietransitie. Kaart 3 op de volgende bladzijde geeft een aantal uitsluitingsgebieden op voorhand aan. Dan gaat het om goud-, zilver- of bronsgroene gebieden, een buffer met een afstand van ca. 1.000 tot de bebouwde kom, afstand tot snelwegen, railwegen en leidingen. Verder is het Maasdal uitgesloten. Te zien is dat het er in beginsel mogelijkheden zijn aan de oostzijde van de A73 en in zeer beperkte mate zuidelijk van de kern Beesel. Gaan we een stap verder door een buffert aan te leggen van 300 en 400 m tot de woning, komt kaart 4 uit de bus rollen. Deze kaart maakt duidelijk dat er eigenlijk alleen opties (de witte vlekken) voor windturbines zijn aan de oostzijde A73 (Meerlebroek) en dan ook nog eens beperkt in aantal en omvang. Kaart 3: cumulatie van uitsluitingsgebieden en -zones Kaart 4: Uitsluitingsgebieden, inclusief afstandsbuffers van 300 en 400 m tot woningen De Provincie is het bevoegd gezag voor windprojecten vanaf 5 MW (lees: 2 of meer windturbines). In overleg kan van deze bevoegdheid worden afgezien. Per project vraagt dit om een besluit van Gedeputeerde Staten. De provincie kan het bevoegd gezag dus mandateren aan de gemeente, zodat zij bevoegd gezag wordt. Zoals voorgaande kaarten laten zien, gelden er voor windinitiatieven de nodige ruimtelijke beperkingen en aandachtspunten. Een eerste grove toepassing ervan leidt ertoe dat er slechts enkele gebieden in aanmerking komen voor een eventueel windproject. We onderkennen dat het situeren van een windpark een grote uitdaging is, waarbij we (soms letterlijk) tegen grenzen aan gaan lopen. Zo kan de natuur in Meerlebroek belemmeren, maar mogelijk ook oplossingen genereren. Het feit dat het gebied als stiltegebied is aangewezen, maakt de ontplooiing voor een initiatief ook niet makkelijker. Minder windturbines, betekent meer zonprojecten en wederom naar verwachting een aanslag op cultuurgronden. Interessant in deze is de oproep tijdens de stakeholdersbijeenkomst om zo mogelijk juist meer windenergie in te zetten in het zoekgebied, zodat er minder claims gelegd worden op landbouwgronden. Windenergie is in het kader van zuinig ruimtegebruik een goede oplossing. Er zijn meer redenen. Zo wordt er in RES-verband ook nadrukkelijk gekeken naar de vorming van majeure projecten: energielandschappen. Die kans ligt in Meerlebroek, een zoekgebied van ruim 500 ha cultuurgrond. Binnen het gebied liggen nog een substantieel aantal ha in eigendom van de gemeente die op dit moment regulier verpacht worden. Dit kan eveneens een aanknopingspunt zijn om in dialoog met pachters en omgeving te kijken naar kansen voor synergie in energie opwekking (ook of juist door wind) en landbouwkundig gebruik. Het ligt voor de hand om met de belangen van toeristische en recreatieve bedrijvigheid en functies rekening te houden. Niettemin is de kans bij voorbaat klein dat het geen impact sorteert. Logische aansluiting die veelal gezocht worden zijn lijnen langs spoor- of snelwegen, aansluiting bij bedrijventerrein, concentraties van intensieve veehouderij of glastuinbouw. Anders dan bij zonprojecten, waar we als gemeente commerciële of coöperatieve initiatiefnemers nadrukkelijk uitnodigen, nemen we bij windenergie de regie in beginsel in eigen hand. Dit betekent dat we als gemeente een start zullen maken met de zoektocht naar mogelijkheden grootschalige opwekking van energie in Meerlebroek en de rol van windenergie daarin. Als gemeente kunnen we wel besluiten om daarin gezamenlijk met een externe partij op te gaan trekken. Verkenning opstarten Als gemeente zien we kansen om gebiedsspecifiek naar enerzijds grootschalige opwekking in het gebied Meerlebroek en anderzijds de potenties voor Kringlooplandbouw in dit gebied, zoals in hoofdstuk 4 al genoemd. In deze verkenning onderzoeken we ook de (on)mogelijkheden voor windenergie in dit gebied. Graag starten we een verkenning binnen dit gebied in het jaar 2020, zodat we in het 1e kwartaal van 2022 (tegelijkertijd met de evaluatie van KODE Beesel) de resultaten hiervan kunnen voorleggen in meerdere scenario's. Dit betekent eveneens dat er op dit moment nog geen keuzes aan de orde zijn rond wel/geen windenergie, wel/geen grootschalig energielandschap of juist meer versnippering. De studie mondt uit in enkele scenario's, waaruit begin 2022 gekozen kan worden. Tot dat moment verleent de gemeente geen medewerking aan initiatiefnemers voor windenergie. In hoofdstuk 4 is het actuele knelpunt rond aansluitcapaciteit al aangesneden. Een robuuste hoeveelheid windenergie naast zonne-energie kent rond de aansluiting vele voordelen. De technieken zijn complementair aan elkaar. In RES-verband blijven we deze uitdaging aankaarten. Tegelijkertijd verkennen we alternatieven, zoals grensoverschrijdende samenwerking, inzet van elektrolyse op termijn, omzetting in warmte, etc. Al deze zaken maken onderdeel uit van de hiervoor genoemde verkenning die we de komende 2 jaar gaan uitvoeren. We stellen in beginsel geen target aan het aantal windturbines of het geïnstalleerd vermogen. Het ligt voor de hand om uit te gaan van minimaal 3 turbines in een rij, of 4 of meer turbines in een matrixopstelling. Mocht uit de ruimtelijke beperkingen al blijken dat een haalbaar project niet lijkt te lukken, overwegen we techniekneutraal te compenseren, meer zonneprojecten bijvoorbeeld.

Rechtspraak bij dit artikel