Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2- › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.3

- Financiële vaste activa

Onderdeel van Nota waardering en afschrijving 2021

Onder financiële vaste activa worden volgens artikel 36 BBV verstaan: Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; Overige langlopende leningen; Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; Bijdragen aan activa in eigendom van derden. Als uitgangspunt worden de bijdragen in activa in eigendom van derden niet geactiveerd, tenzij de raad een expliciet besluit neemt over de activering van de betreffende bijdrage én wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 BBV: Er is sprake van een investering door een derde; Deze investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente; De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals overeengekomen; De bijdrage kan worden teruggevorderd als de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Rechtspraak bij dit artikel