Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4- › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.1

- Afschrijvingsbasis

Onderdeel van Nota waardering en afschrijving 2021

Onder de afschrijvingsbasis wordt verstaan het bedrag waarop wordt afgeschreven. De afschrijvingsbasis wordt bepaald door de verkrijgings- of vervaardigingsprijs minus de restwaarde en eventuele bijdrage van derden. De restwaarde van een actief is de geschatte verkoopwaarde (directe-opbrengstwaarde)) aan het einde van de gebruiksduur. Een restwaarde leidt tot een lagere afschrijving. De restwaarde en het effect op de jaarlijkse afschrijving wordt per vast actief (of groep van vaste activa) bepaald. De volgende restwaarden worden gehanteerd: Gronden en terreinen: geen restwaarde, hierop wordt in het geheel niet afgeschreven; Woonruimten: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 15% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs < € 100.000 wordt geen restwaarde gehanteerd; Bedrijfsgebouwen: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 15% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs < € 100.000- wordt geen restwaarde gehanteerd Grond- weg en waterbouwkundige werken: geen restwaarde; Vervoermiddelen: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 10% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij activa met een aanschaffingsprijs < € 100.000 wordt geen restwaarde gehanteerd; Machines, apparaten en installaties: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 10% van de aanschaffingsprijs. Bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs < € 100.000, - wordt geen restwaarde gehanteerd; Overige materiële activa: geen restwaarde.

Rechtspraak bij dit artikel