Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Integrale kostprijs

Onderdeel van Nota kostentoerekening gemeente Goes 2021

De integrale kostprijs van een product of dienst bestaat uit de totale kosten (directe en indirecte kosten) die gemaakt worden voor het produceren of leveren van het product of de dienst. Dus inclusief de overhead. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. De consequentie van de in de paragraaf 2.5 beschreven wetgeving is dat geen integrale kostprijs wordt toegepast bij het opstellen van de programma's en taakvelden binnen de producten van de P&C-cyclus (o.a. begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening). Overhead wordt immers op een apart taakveld begroot en verantwoord. In de programma’s (overige taakvelden) moeten alleen de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Voorheen mocht een gemeente zelf bepalen hoe en of men indirecte kosten (overhead) toerekende aan de programma's. Elke gemeente ging hier op een verschillende manier mee om wat benchmarking tussen gemeente op basis van de externe verslaggeving heel moeilijk maakte. Nu krijgt de raad op eenvoudige wijze meer inzicht in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten. In het BBV is één uitzondering gemaakt op voorgaande. Er mag wel een integrale kostprijs berekend worden voor grondexploitaties, investeringen, andere projecten (b.v. groot onderhoudsprojecten ten laste van een voorziening) en ten behoeve van de vaststelling van de tarieven. Deze uitzondering is gemaakt omdat bijvoorbeeld het niet toerekenen van overhead aan investeringen anders zou leiden tot een begrotingstekort. De jaarlijkse overheadlasten van deze investeringen zouden dan namelijk in één keer ten laste van de exploitatie moeten worden gebracht, in plaats van deze te activeren en meerjarig af te schrijven. Uitgangspunt is om gebruik te maken van deze mogelijkheid in de wetgeving en zodoende op te nemen in de boekhouding en externe verslaggeving. Overhead wordt toegerekend aan grondexploitaties, investeringen en voorzieningen en wordt als zodanig verwerkt in de boekhouding en externe verslaggeving. Om het inzicht te behouden in het totaal van de overhead, worden alle baten en lasten m.b.t. overhead in het overzicht overhead gepresenteerd. De overhead die wordt toegerekend aan de voorzieningen, grondexploitaties en investeringen wordt apart als negatieve last in het overzicht overhead opgenomen. In de praktijk zal dit gebeuren door op het taakveld 0.4 overhead onder de lasten een negatief bedrag op te nemen en dit bedrag op de betreffende kostendrager weer als last te verantwoorden. Hierdoor wordt voorkomen dat de exploitatie onnodig wordt opgeblazen. Kostendekkende tarieven en heffingen In de programma's worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Bij de berekening van kostendekkende tarieven en heffingen mag worden uitgegaan van een integrale kostprijs (inclusief overhead). Om uitvoering te geven aan wet- en regelgeving (o.a. welke kosten in tarieven mogen worden opgenomen) wordt de handreiking kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen van de VNG als leidraad gebruikt. Het centraal begroten van de kosten van overhead betekent dat het niet langer mogelijk is om uit de taakvelden (voorheen de producten) alle tarieven te kunnen bepalen. Daarom zal de berekening van kostendekkende tarieven en heffingen bij de primitieve begroting extracomptabel (buiten de boekhouding en externe verslaggeving) plaatsvinden. Het gaat hier o.a. om leges, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Kostendekkende tarieven en heffingen worden op basis van de primitieve begroting bepaald. Ten behoeve van de vaststelling van de tarieven worden alle kosten die kunnen worden toegerekend meegenomen. Zowel de directe als indirecte kosten. De toerekening vindt plaats op paragraafniveau in de legesverordening en bij de andere tarieven per tarief.

Rechtspraak bij dit artikel