Daarnaast gelden de volgende spelregels voor reserves:
De gemeenteraad besluit tot het opheffen van reserves. Opheffing kan als het geformuleerde doel is gerealiseerd of als het doel op basis van ontwikkelingen niet meer van toepassing is. Als tot opheffing van reserves wordt besloten, vloeien de eventueel vrijkomende gelden naar de algemene reserve;
Afwijkingen kleiner dan 10% ten opzichte van de geraamde onttrekking met een maximum van € 100.000 in de geraamde onttrekkingen of stortingen worden toegelicht bij de jaarrekening. Afwijkingen die deze criteria te boven gaan worden aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Als onttrekkingen niet noodzakelijk blijken te zijn, vloeien de middelen automatisch terug naar de algemene reserve. De middelen kunnen dan bij de eerstvolgende integrale afweging van beleidsbeslissingen eventueel worden ingezet;
Volgens het BBV mogen reserves geen negatieve stand hebben. Dit betekent dat voordat er nieuwe voorstellen worden gedaan tot onttrekkingen uit reserves, de reserve ook van voldoende omvang moet zijn;
Claims worden alleen meegenomen als deze direct en expliciet voortvloeien uit een college- of raadsbesluit;
Reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Aan reserves wordt vanaf 2017 geen rente meer toegevoegd. Aangezien bij de jaarlijkse behandeling de noodzaak en omvang van de reserves wordt getoetst, is het niet noodzakelijk bij voorbaat een inflatiecorrectie toe te passen op de reserves.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.
Artikel 3.1.6
- Overige ‘spelregels’ reserves
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021