Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

- Onderscheid in voorzieningen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021

De voorzieningen worden onderverdeeld in onderhoudsvoorzieningen en overige voorzieningen. Onderhoudsvoorzieningen worden vooraf door de gemeenteraad ingesteld. De vorming van de voorziening dient gebaseerd te zijn op een beheerplan dat een periode van minimaal 20 jaren bestrijkt. In het uitgavenpatroon van het beheerplan wordt rekening gehouden met het bij de Perspectief vast te stellen inflatiepercentage. Het beheerplan wordt op basis van artikel 15 van de Financiële verordening op zijn minst eens in de 5 jaar geactualiseerd. Deze actualisatie is nodig om periodiek het noodzakelijke niveau te kunnen actualiseren. Bij de vaststelling van het beheerplan wordt het te hanteren kwaliteitsniveau vastgesteld. Daarmee wordt de continuïteit van het gemeentelijke voorzieningenniveau beleidsmatig en financieel gewaarborgd. Overige voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en risico’s die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd voor geoormerkte gelden in verband met terugbetalingsverplichtingen (rijks- /provinciegelden). Het instellen van deze voorzieningen kan zowel vooraf bij de begroting als achteraf bij de vaststelling van de jaarrekening (toelichting op de balans) plaatsvinden. Bij instelling van deze voorzieningen wordt in ieder geval de onderbouwing voor het vormen en de omvang van de voorziening en de geplande looptijd van de voorziening aangegeven.

Rechtspraak bij dit artikel