Naar hoofdinhoud
3.1. Het mandaat, de machtiging en de volmacht worden uitgeoefend binnen het vastgestelde of vast te stellen beleid en binnen het raam van de toegekende budgettaire bevoegdheden en begrotingslijnen. 3.2. In de krachtens mandaat, machtiging of volmacht genomen besluiten wordt tot uitdrukking gebracht dat zij namens het bevoegde orgaan zijn genomen. 3.3. De mandaten, machtigingen en volmachten zijn bedoeld voor de reguliere taakuitoefening van de medewerkers. De in de regeling opgenomen kopjes met afdelings- en teamnamen hebben alleen informatieve waarde en vormen geen beperking.

Rechtspraak bij dit artikel