• - De raad onderzoekt terstond of het inleidend verzoek voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 6 van deze verordening.
  • - In de vergadering waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd stelt de raad vast of het inleidend verzoek voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 6 van deze verordening. Tevens beslist de raad of er sprake is van een uitgezonderd onderwerp zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
  • - Indien de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 6 van deze verordening en er geen sprake is van een uitgezonderd onderwerp, stelt de raad de behandeling van het voorgenomen besluit uit om de kiesgerechtigden de gelegenheid te geven een definitief verzoek in te dienen.
  • - De raad kan zijn beslissing op het inleidend verzoek voor ten hoogste een maand verdagen.