**1..** Een deelnemende provincie is jaarlijks een vaste bijdrage verschuldigd aan het orgaan. Deze bijdrage wordt berekend op de wijze als omschreven in artikel 3, tweede lid.
**2..** Het orgaan kan bepalen dat een deelnemende provincie een incidentele bijdrage betaalt, indien blijkt dat de uitvoering van een taak met betrekking tot een bepaalde activiteit niet als gezamenlijk beschouwd moet worden, als bedoeld in artikel 9, vierde lid van de regeling.
**3..** De provincie Utrecht komt met het orgaan een DVO overeen. De DVO bevat in ieder geval afspraken over de kostprijs voor de uitvoering van de taken, met de bijbehorende kwaliteit en prestaties en over de loonkosten van personeel dat door de provincie Utrecht of een andere deelnemende provincie ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de ambtelijke organisatie, als bedoeld in artikel 8 van de regeling. Op basis van de afspraken in de DVO betaalt het orgaan aan de provincie Utrecht de verschuldigde kosten voor haar ambtelijke ondersteuning. Voornoemde kosten van de ambtelijke ondersteuning worden opgenomen in de begroting van het orgaan en op basis van de bijdragen bekostigd.
**4..** De deelnemende provincies dragen er overeenkomstig artikel 13, eerste lid van de regeling, zorg voor dat het orgaan te allen tijde over voldoende middelen beschikt die nodig zijn voor het naar behoren uitoefenen van haar taken.
Artikel 2: