Naar hoofdinhoud
1.. Het orgaan stelt jaarlijks in de begroting per deelnemende provincie de bijdrage vast voor de instandhouding van het orgaan en uitvoering van taken in dat betreffende begrotingsjaar. 2.. De hoogte van de bijdrage wordt berekend op basis van de totale kosten van het orgaan in het betreffende begrotingsjaar waarbij op grond van de ligging van de Hollandse Waterlinies in de vier provincies onderstaande verdeling in acht wordt gehouden: Deelnemende provincies Financiële verdeling Provincie Noord-Holland 30% Provincie Utrecht 30% Provincie Gelderland 30% Provincie Noord-Brabant 10% 3.. Incidentele bijdragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid worden berekend op basis van de daadwerkelijke hoeveelheid bestede uren van de taken, vermenigvuldigd met het daarvoor bepaalde uurtarief zoals dat in de begroting is opgenomen. 4.. De gehele bijdrage per deelnemende provincie wordt vastgesteld in de jaarafrekening op basis van nacalculatie van het daadwerkelijk afgenomen volume taken, minus de loonkosten van het personeel dat de deelnemende provincie ter beschikking stelt aan de provincie Utrecht voor de inzet van ambtelijke organisatie , als bedoeld in artikel 8 van de regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel