Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Inlichtingenplicht en meewerkplicht

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp 2022

1.. De jeugdige en/of zijn ouders hebben inlichtingenplicht. Die houdt in dat de cliënt op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van de verstrekking van een voorziening. Concreet betekent dit dat een jeugdige en/of ouder het college bijvoorbeeld actief moet informeren over: a.. een wijziging in zijn beperking(en) die van invloed is op het gebruik van de individuele voorziening; b.. een gewijzigde gezinssituatie in de gevallen waar er sprake is/kan zijn van gebruikelijke hulp; c.. het niet ontvangen van (goede kwaliteit) jeugdhulp; d.. indien jeugdhulp wordt ingezet voor een ander doel dan waarvoor deze wordt verleend; e.. indien zorg wordt gedeclareerd voor jeugdhulp die niet (juist) is verleend; f.. als hij tijdelijk geen gebruik kan maken van de voorziening door detentie, behandeling in een instelling of opname in een ziekenhuis of revalidatiecentrum; g.. het wijzigen van zorgverlener; h.. verhuizing; i.. verbetering in de (gezondheid)situatie waardoor de voorziening niet langer noodzakelijk is. 2.. Het niet of niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot intrekking of herziening van de individuele voorziening. Het is dan ook belangrijk dat de jeugdige en/ of ouder op de hoogte is van de inlichtingenplicht en dat hij of zij, als hij twijfelt of bepaalde informatie relevant is, hierover actief contact legt met de gemeente. 3.. Om jeugdhulp te kunnen krijgen wordt van zowel de jeugdige zelf als van zijn ouders de nodige medewerking geacht. Deze meewerkplicht houdt, indien noodzakelijk voor het onderzoek, in dat de jeugdige en/ of zijn ouder: a.. meewerken aan het onderzoek om vast te stellen welke jeugdhulp nodig is; b.. met het college gesprekken voeren over de hulpvraag (dit kan dus ook betekenen dat met de jeugdige wordt gesproken); c.. rapportages aanleveren die door derden zijn gemaakt; d.. toestemming geven voor het voeren van gesprekken met hulpverleners van de jeugdige; e.. toestemming geven de jeugdige (langdurig) te observeren. 4.. Indien de jeugdige en/of zijn ouder niet voldoende meewerken aan het onderzoek, kan dit reden zijn om objectief vast te stellen wat de benodigde hulp is (door bijvoorbeeld observatie). Indien het college onvoldoende onderzoek kan doen, waardoor niet duidelijk wordt welke jeugdhulp noodzakelijk is kan dit leiden tot afwijzing van de aanvraag tot jeugdhulp.

Rechtspraak bij dit artikel