**1..** Het onderzoek naar de hulpvraag van de cliënt wordt uitgevoerd volgens de in artikel 3.5 van de verordening.
**2..** Het college onderzoekt of de juridische (afgeleide) woonplaats van de jeugdige is gelegen in de betreffende gemeente. Het college kan hierbij gebruik maken van:
**a..** Het burgerservicenummer (BSN) van de jeugdige;
**b..** De identiteit van de gezagsdrager;
**c..** Het Basisregistratie Personen (BRP) register;
**d..** Het gezagsregister;
**3..** Indien de jeugdige geen vaste woon- en verblijfplaats heeft dan wordt gekeken naar de feitelijke verblijfplaats van de jeugdige en wordt er regionale afstemming gezocht.