In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;
de raad: de gemeenteraad van Midden-Groningen;
aanvrager: de persoon die ten behoeve van zichzelf of zijn partner een tegemoetkoming vraagt;
het kind: het eigen kind of stiefkind van aanvrager en/of diens partner, voor wie aanvrager of diens partner aanspraak kan maken op kinderbijslag;
partner: de persoon met wie aanvrager is gehuwd of een geregistreerd partnerschap voert dan wel met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert;
sociale indicatie kind: als naar het oordeel van het college aantoonbaar sprake is van een aanwezige of dreigende beperking of belemmering die het kind in zijn of haar ontwikkeling schaadt en de kinderopvang de enige mogelijkheid is om die beperking of belemmering op te heffen of te verminderen;
sociale indicatie ouder: hiervan is sprake als de ouders in een zodanige situatie verkeren dat hierdoor kinderopvang op sociale indicatie naar het oordeel van het college noodzakelijk is en er geen andere oplossing voorhanden is;
tegemoetkoming: een financiële bijdrage in de kosten van opvang van het kind op grond van een sociale indicatie ouder of kind;
vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
peildatum: datum aanvraag.
Voor andere begrippen dan die uit lid 1 gelden de definities die staan in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening kinderopvang op sociale indicatie Midden-Groningen