Een aanvrager heeft, behoudens artikel 3, aanspraak op een tegemoetkoming, indien:
er voor de kinderopvang een sociale indicatie ouder of kind is; én
de opvang voldoet aan de bepalingen genoemd in de Wet kinderopvang en eventuele door het college bij Nadere regel vastgestelde kwaliteitseisen voor de opvang van kinderen op sociale indicatie; én
het kind op hetzelfde adres als aanvrager staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen van Midden-Groningen.
Artikel 2.
Aanspraak op een tegemoetkoming
Onderdeel van Verordening kinderopvang op sociale indicatie Midden-Groningen