Een aanvrager heeft geen aanspraak op een tegemoetkoming als:
er een passende voorliggende voorziening is zoals reguliere kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang, Voor en vroegschoolse educatie (VVE), gefinancierde opvang en informele opvang (bijvoorbeeld opvang door familie en kennissen. Het college kan een tegemoetkoming verstrekken als aanvulling op de voorliggende voorziening als de passende voorliggende voorziening niet voldoende is;
de aanvrager en of het kind een vreemdeling is en niet gelijk is te stellen met een Nederlander, conform artikel 1 van de Vreemdelingenwet;
het gezamenlijk bruto inkomen van aanvrager en zijn of haar partner op de peildatum hoger is dan twee en half keer het bruto wettelijk minimumloon vanaf 22 jaar;
geen gebruik gemaakt wordt van de goedkoopste toereikende voorziening; of
de ouder niet bereid is om hulpverlening te accepteren om aan de oorzaak van de reden voor de aanvraag te werken.
Artikel 3.
Geen aanspraak op een tegemoetkoming
Onderdeel van Verordening kinderopvang op sociale indicatie Midden-Groningen