Naar hoofdinhoud
Indien de belanghebbende bijstand of een uitkering ontvangt, is het college verplicht de opgelegde boete te verrekenen. Indien de belanghebbende geen recht op bijstand of een uitkering meer heeft, vindt de invordering van de boete plaats volgens de Beleidsregels Terugvordering en Verhaal. Bij gelijktijdige invordering van een terugvordering en een boete, gaat invordering van de boete voor op de invordering van de terugvordering. Het college verleent zijn medewerking aan een verzoek van de belanghebbende de boete buiten invordering te stellen indien: dit noodzakelijk is voor de start van een schuldenregeling; en is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 18a lid 13 van de wet, artikel 20a lid 12 van de IOAW of artikel 20a lid 12 van de IOAZ. Indien de belanghebbende de schuldenregeling op goede wijze heeft doorlopen en dit succesvol wordt afgerond, kan het college het resterende deel van de boete buiten invordering stellen, onder de opschortende voorwaarde dat de belanghebbende binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van dit besluit niet opnieuw de inlichtingenplicht schendt. Indien de belanghebbende in de periode van vijf jaar na het besluit bedoeld in lid 5 van dit artikel, de inlichtingenplicht opnieuw schendt, neemt het college een besluit tot herziening of intrekking van het besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel