Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.2

Artikel 9.2.1

Algemeen

Onderdeel van Nota bodembeheer

De melding moet minimaal 5 werkdagen voor de aanvang van de tijdelijke opslag van grond of nuttige toepassing van de grond worden gedaan via het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Het melden kan zowel analoog als digitaal plaatsvinden. De meldingen worden doorgezonden naar het bevoegd gezag van de locatie waar de grond tijdelijk wordt opgeslagen of toegepast. Voor de tijdelijke opslag en de toepassingen op of in de landbodem is dat de gemeente waarin de locatie van de tijdelijke opslag of de toepassing is gelegen. De meldingen voor de gemeenten worden doorgezonden naar de Omgevingsdienst Rivierenland. Voor de tijdelijke opslag en de toepassingen in oppervlaktewaterlichamen, zoals sloten, is dat het Waterschap Rivierenland. De Omgevingsdienst Rivierenland is (namens de gemeenten) op grond van het Besluit niet verplicht om de melding te publiceren en neemt geen formeel besluit op de melding. Na verstrijken van de hierboven genoemde termijnen mag de initiatiefnemer starten met het tijdelijk opslaan van grond of de nuttige toepassing. De initiatiefnemer van de tijdelijke opslag of de nuttige toepassing is en blijft verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit. Maar ook eenieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de tijdelijke opslag of de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een perceeleigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener (zie ook § 1.4 en § 1.5). Het toepassen van grond moet worden gemeld bij het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit. Het toepassen van de grond bij een sanering die wordt uitgevoerd conform artikel 39 van de Wet bodembescherming moet óók worden gemeld bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming (voor de gemeenten is dat de provincie Gelderland die deze taken heeft gemandateerd aan de Omgevingsdienst regio Arnhem; post@gelderland.nl). Dit geldt overigens niet voor BUS-saneringen (zie artikel 36, lid 2 onder c van het Besluit). In tabel 9.1 is een overzicht gegeven van de verschillende vormen van tijdelijke opslag en de voorwaarden uit het Besluit die daarbij gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel