Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Onderdeel van Nota handhavingsbeleid Kinderopvang Noord-Beveland 2015

Sinds de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 is de kinderopvang een marktgerichte sector. De wet stelt aan instellingen voor kinderopvang de eis dat de houder zorg draagt voor kinderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van kinderen in een veilige omgeving. In de Wet kinderopvang (Wk) zijn globale eisen (“verantwoorde kinderopvang”) en concrete eisen opgenomen: o.a. verplichting verklaring omtrent gedrag (VOG) voor personeel in de kinderopvang, een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid, het instellen van een oudercommissie, etc. Wat betreft de globale eisen heeft de kinderopvangbranche (houders en ouders) deze via zelfregulering verder ingevuld in landelijke normen. Deze landelijke normen zijn opgenomen in het Convenant kwaliteit kinderopvang. Het gaat dan bijvoorbeeld over het aantal leidsters in verhouding tot het aantal kinderen, eisen aan het ruimtegebruik en de beroepskwalificatie. De rijksoverheid heeft de normen uit het Convenant kwaliteit kinderopvang één op één overgenomen in beleidsregels en deze normen, samen met de concrete eisen uit de wet, toetsbaar uitgewerkt in toetsingskaders voor de GGD. In paragraaf 2.2 worden de beleidsregels nader toegelicht. Vanaf 1 augustus 2010 heet de Wet kinderopvang “Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen”. Zoals de naam al zegt, zijn er ook kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen in opgenomen, die door de gemeente gehandhaafd moeten worden. Het toezicht wordt uitgevoerd op basis van de wettelijke kwaliteitseisen en de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen. Zie verder onder paragraaf 2.6.

Rechtspraak bij dit artikel