Zoals in paragraaf 2.1 al staat beschreven, zijn kinderopvanginstellingen zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het aanbod. Hiertoe hebben aanbieders en afnemers in de kinderopvang de globale eisen die de Wet kinderopvang stelt aan de branche vertaald in gedetailleerde kwaliteitseisen voor de kinderopvang. Dit heeft geresulteerd in een Convenant kwaliteit kinderopvang. De eisen die in het Convenant worden gesteld aan de houder van een kindercentrum of gastouderbureau hebben gediend als uitgangspunt voor de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (Bkk). Deze beleidsregels geven uitleg aan de globale kwaliteitsnormen van de wet. In artikel 1.57a van de Wk is de bevoegdheid van de minister om beleidsregels vast te stellen juridisch verankerd.
Op 17 januari 2008 is een herziene versie van het convenant door de marktpartijen ondertekend. Deze aangepaste kwaliteitseisen van het convenant zijn overgenomen in de Bkk en zijn per 3 april 2008 van kracht.
Kenmerkend is dat de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang niet bindend zijn. Houders van kindercentra mogen van de regels afwijken als zij voor de GGD aannemelijk kunnen maken dat zij op een gelijkwaardige of betere wijze verantwoorde kinderopvang aanbieden en op die manier toch voldoen aan het doel van de specifieke eis waarvan de houder afwijkt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Beleidsregels kwaliteit kinderopvang
Onderdeel van Nota handhavingsbeleid Kinderopvang Noord-Beveland 2015