De kritieke massa bestaat uit de medewerkers van de afdeling “Handhaving en veiligheid”. Deze medewerkers vormen het meest kostbare kapitaal van de afdeling. Zonder deze medewerkers is uitvoering van het beleid onmogelijk. Het ministerie van VROM werkt met het transitieprogramma “Werk in uitvoering” aan een robuust en georganiseerde handhaving. In het rapport “Eindrapport ontwikkeling kwaliteitscriteria transitieprogramma” dat KPMG Advisory N.V. in opdracht van het ministerie van VROM op 3 december 2009 uitbracht staat de kritieke massa centraal. Hoewel het rapport sterk ter discussie is gebracht blijft het gedachtegoed overeind. Voldoende goed opgeleide medewerkers zijn nodig. Het is de bedoeling dat eind 2010 de kwaliteitscriteria in alle gemeenten zijn geïmplementeerd en fungeren als maatlat 1 De gemeente Berkelland heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) laten weten kritisch te zijn over de vorming van omgevingsdiensten. De packagedeal werd door de gemeente Berkelland niet gesteund. In het Zeisterberaad is aangegeven dat de outputcriteria leidend moeten worden. Het KPMG-rapport van 3 december 2009 gaat uit van inputcriteria. .

1.5.1 Ondergrens kwaliteit kritieke massa

De kritieke massa voldoet aan de kwaliteitscriteria wanneer er voldoende medewerkers zijn die voor een functie voldoen aan opleiding (basis, aanvullend, cursus, verdieping en specialistisch), ervaring (aantal jaren, frequentie), kennis (basis, diepgaand), frequentie (aantal keren per jaar, % van de tijd), aantal (aantal, controle, bedrijfszekerheid) en borging (wel of geen eigen personeel).

De generieke deskundigheden die aanwezig moeten zijn:

Deskundigheid

Activiteit/ klasse

Opleiding

Ervaring

jaren

Frequentie

Aantal

(minimaal)

Toezicht en handhaven bouwen

Eenvoudig

MBO

3

Fulltime

3

Complex

HBO

Toezicht en handhaven milieu

Klasse I

MBO

3

Fulltime of (…)

5

Klasse II

HBO

3

Klasse III

HBO+

5

Klasse III BRZO

HBO

4

> 50% fte 2/3 audits/jr

4

Ketentoezicht

Alle activiteiten

HBO

3

Fulltime

3

De juridische deskundigheid:

Deskundigheid

Activiteit/ klasse

Opleiding

Ervaring

jaren

Frequentie

Aantal

(minimaal)

BOA

Alle relevante wetten

Hoogfrequent (visiedocument milieuboa’s en “circulaire bekwaamheid boa”)

3

Juridische aspecten handhaafzaken

Alle vakken

HBO

3

Fulltime

3

Aanvullend op deze generalistische deskundigheden kunnen er specialistische deskundigheden nodig zijn voor het toezicht en handhaving in de gemeente. De specialismen die in het rapport van KPMG worden onderscheiden zijn bouwfysica, brandveiligheid, constructieve veiligheid, geluid bouwakoestiek, monumentenzorg, sloop en asbest, afvalwater, bodem en bouwstoffen, externe veiligheid, geluid milieu en ruimtelijke ordening, groen en ecologie en lucht.

De volledige vertaling van de huidige functieboekprofielen en werkelijk aanwezige medewerkers en kwaliteiten naar de KPMG-kwaliteitcriteria valt buiten de scope van dit beleid. Kort en krachtig kan hier worden vastgesteld dat het scholingsniveau op hoofdlijn voldoet. Voor de uitvoering van de generieke deskundigheden is volgens KPMG minimaal 19 fte nodig. Er is 17,42 fte aan integrale handhaafcapaciteit aanwezig:

  • - 5,00 fte generiek en specialistisch deskundig op gebied van milieu;
  • - 4,42 fte generiek en specialistisch deskundig op gebied van bouw (1 fte tevens BOA);
  • - 1,50 fte specialistisch op gebied van brandveiligheid;
  • - 2,50 fte juridische aspecten handhaafzaken;
  • - 4,00 fte BOA.

De aantallen (fte’s) voldoen voor ruim 90% aan de KPMG-norm. De bijzondere opsporingsambtenaren zijn hoofdzakelijk ingezet op openbare orde. Daardoor komt het werkelijke aantal fte’s dat beschikbaar is voor het toezicht en de handhaving op de fysieke leefomgeving lager uit.

Opmerking:

Wanneer wij verder afzakken van het KPMGniveau kan de provincie of Minister afdwingen dat wij die taken op een andere wijze gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld door ze onder te brengen bij een Regionale uitvoeringsdienst. (Rud) De gemeente Berkelland wil dit niet.

1.5.2 Nut kritieke massa

Het nut is volgens de economie de toegevoegde waarde. Anders gezegd: wat hebben de inwoners, bouwers, slopers en gebruikers er aan dat er medewerkers “Handhaving en veiligheid” voor de gemeente werken? Het antwoord is dat de fysieke leefomgeving van de gemeente Berkelland er veiliger en beter van wordt. Het risico op niet naleven van de wet- en regelgeving die hier voor moet zorgen neemt door inzet van de medewerkers af. Bij deze paragraaf is uitgegaan van uitvoering volgens dit beleid met de huidige formatie.

Die afname van het risico is niet onbeperkt. Het inzetten van meer formatie om het risico terug te dringen kent een afnemende meerwaarde. In de economie staat dit bekend als de Eerste wet van Gossen. (Afnemend grensnut). Grafisch kenmerkt dit zich in grafieken door een kromme lijn. Het nut is theoretisch optimaal bij een aantal medewerkers waarbij de kromme die uit het afnemend grensnut volgt en de raaklijn elkaar kruisen. Dat geeft bovendien een aardige indicatie voor de lastendruk. Meer lastendruk veroorzaken als gevolg van toezicht dan bij een optimaal nut is onwenselijk.

In de onderstaande grafieken is voor de meest zwaarstwegende activiteiten uit de fysieke leefomgeving het nut van werken volgens dit beleid door de huidige formatie weergegeven.

Het verloop van de grafiek volgt uit de risico-analyse die er aan ten grondslag ligt. Het aantal benodigde uren volgt uit kengetallen. De blauwe lijn geeft de kromme aan, de groene lijn de raaklijn en de rode lijnen de risicobeperking/ het aantal beschikbare formatie-uren.

Activiteit bouwen

Voor de activiteit bouwen is het nut van de huidige formatie optimaal. Door de inzet van 5346 uur door de medewerkers neemt volgens het toegepaste model het risico dat inwoners, bouwers en gebruikers lopen door bouwwerken en gebouwen op te richten en te gebruiken met ongeveer 60% af.

Activiteit slopen

Voor de activiteit slopen is het nut van de huidige formatie minder dan optimaal. Door de inzet van 864 uur door de medewerkers neemt volgens het toegepaste model het risico dat inwoners en slopers lopen door sloopwerkzaamheden met ongeveer 45% af.

Activiteit brandveilig gebruiken

Voor de activiteit brandveilig gebruik is het nut van de huidige formatie optimaal. Door de inzet van 1400 uur door de medewerkers neemt volgens het toegepaste model het risico dat inwoners en slopers lopen door sloopwerkzaamheden met ongeveer 65% af.

Activiteit milieu

Voor de activiteit milieu is het nut van de huidige formatie iets lager dan optimaal. Door de inzet van 8400 uur door de medewerkers neemt volgens het toegepaste model het risico dat inwoners, gebruikers en het milieu lopen met ongeveer 55% af.

HET NUT VAN DE HUIDIGE FORMATIE HANDHAVING EN VEILIGHEID IS DAT HET RISICO IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING VOOR INWONERS, BOUWERS, SLOPERS EN GEBRUIKERS ONGEVEER 50% LAGER LIGT DAN WANNEER DEZE FORMATIE NIET BESCHIKBAAR ZOU ZIJN2 In het coalitieakkoord is een voornemen opgenomen om 5 fte op “handhaving en veiligheid” te besparen. Dat is een reductie van 30% van de formatie. Bij vertaling in het bovenstaande gebruikte model neemt het risico voor inwoners toe van ongeveer 50% naar ongeveer 70%. Bij volledig voldoen aan de minimale kwaliteitcriteria neemt het risico voor de inwoners af tot ongeveer 45%. .