De strategie voor het toezicht en de handhaving is hieronder weergegeven. Bijlage A bevat een totaaloverzicht van het proces.

Er zijn drie hoofdaanleidingen om toezicht te houden. Deze zijn hieronder toegelicht.

  • - (Deel-) omgevingsvergunning
  • - Als wij een (deel-) omgevingsvergunning verlenen vindt toezicht plaats. De uitvoering van dat toezicht is beschreven in hoofdstuk …

Onlosmakelijke samenhang

Tussen activiteiten kan een onlosmakelijke samenhang bestaan. Dat betekent dat uitvoering van een activiteit onmogelijk is zonder uitvoering van de andere activiteit8 Een voorbeeld is de activiteit bouwen in samenloop met de activiteit milieu. Om voor de activiteit milieu een gebouw op te kunnen richten moet worden gebouwd. Het een is dus niet mogelijk zonder het ander. . Welke activiteiten dit zijn is projectafhankelijk.

Gefaseerde omgevingsvergunning

Als activiteiten een onlosmakelijke samenhang hebben kan de aanvrager er voor kiezen een gefaseerde omgevingsvergunning aan te vragen. Dat betekent dat een deel van de onlosmakelijk verbonden activiteiten eerder wordt beoordeeld. Daarmee kan de aanvrager bereiken dat er geen onnodig hoge kosten worden gemaakt in een stadium waarin het verkrijgen van de omgevingsvergunning nog te onzeker is. Met alleen de eerste fase omgevingsvergunning is uitvoering of gebruik niet toegestaan.

Fase 1 + fase 2 = omgevingsvergunning. Uitvoering mag uitsluitend bij een

volledige omgevingsvergunning!

Nadat de eerste fase is verleend neemt het toezicht het project op in de controleplanning. (Programmatische werkwijze) Het toezicht controleert of niet met de uitvoering is begonnen voordat de omgevingsvergunning geheel is verleend. Indien na twee jaar de tweede fase niet is aangevraagd wordt het traject tot intrekking gestart

Aangehaakte activiteiten

Als er sprake is van onlosmakelijkheid met activiteiten die normaliter buiten de Wabo vallen kunnen die activiteiten “aangehaakt” worden. Zij volgen dan in het vergunningproces de procedure van de Wabo. Omgevingsvergunningen met aangehaakte activiteiten vragen om extra afstemming door het toezicht. Voor deze activiteiten is vaak specifieke kennis nodig. Waar nodig vraagt het toezicht de medewerkers van de aangehaakte activiteit mee te gaan bij de controle.

(Deel-)omgevingsvergunning

Het uitgangspunt van de Wabo is dat voor alle activiteiten van een project één omgevingsvergunning verleend wordt. Soms is dat niet wenselijk. Met de mogelijkheid van deelvergunningen kan de vergunningverlening de uitvoeringsvolgorde aanhouden. De toezichthouders controleren bij iedere (deel-) omgevingsvergunning of er andere (deel-) omgevingsvergunning(en) zijn waar afstemming mee nodig is. Indien die andere (deel-) omgevingsvergunning(en) al voor controle zijn ingepland (cyclisch/ programmatisch) dan probeert de toezichthouder de momenten samen te laten vallen. Daarmee wil de gemeente Berkelland de lastendruk voor burgers en bedrijven zo veel mogelijk beperken.

Maatgevende toezichthouder

Met een omgevingsvergunning kunnen meerdere vakdisciplines in dezelfde toestemming worden meegenomen. Om het proces van toezicht gestructureerd te houden is steeds één toezichthouder verantwoordelijk voor het toezichtproces. Dat is vooral het bepalen van het moment van toezicht en de afstemming tussen toezichthouders.

Bij een enkelvoudige (deel-) omgevingsvergunning is de toezichthouder van die activiteit verantwoordelijk voor het proces. Deze toezichthouder gaat na of er afstemming nodig is met eerdere (deel-) omgevingsvergunningen.

Bij meervoudige (deel-) omgevingsvergunningen kunnen activiteiten verleend zijn die expirerend en die duurzaam zijn. Expirerende activiteiten kenmerken zich door een eenmalige uitvoering. Bijvoorbeeld de activiteit bouwen. Duurzame activiteiten kenmerken zich door voortschrijding. Bijvoorbeeld de voorschriften vanuit de activiteit milieu tijdens het gebruik van een inrichting. Tijdens de uitvoering van expirerende activiteiten is de toezichthouder van de zwaarste expirerende activiteit verantwoordelijk. De toezichthouder zoekt bij de toezichtmomenten afstemming met cyclisch/ programmatisch bepaalde toezichtmomenten. Na uitvoering van het expirerende deel kan de verantwoordelijkheid overgaan op de toezichthouder van de zwaarste duurzame activiteit.

Bij sommige (deel-) omgevingsvergunningen is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgegeven. De verantwoordelijke toezichthouder stemt de toezichtmomenten af met toezichthouders van het vvgb-orgaan. Omdat het hier veelal om expertise-onderwerpen gaat kan de toezichthouder van het vvgb-orgaan gevraagd worden mee te gaan bij toezichtmomenten. Het Besluit omgevingsrecht (Bor) regelt in een aantal gevallen dat het vvgb-orgaan ook bevoegd is tot handhaving. In alle andere gevallen is de gemeente ook voor het vvgb onderdeel bevoegd gezag voor handhaving.

Samenloop (deel-) omgevingsvergunning en omgevingsmelding en/of omgevingsvergunningvrije activiteiten

Indien bij een project ook meldingplichtige activiteit(en) plaatsvinden probeert de verantwoordelijk toezichthouder de momenten van toezicht (cyclisch/programmatisch) waar

mogelijk op elkaar af te stemmen. Bij omgevingsvergunningvrije activiteiten die bekend zijn vanuit het luchtfototoezicht (zie hieronder) wordt ook op deze wijze afstemming gezocht. Overige omgevingsvergunningvrije activiteiten die “toevallig” waargenomen worden bij het toezicht op omgevingsvergunningplichtige activiteiten of omgevingsvergunningmeldingplichtige activiteiten worden daarbij meegenomen.

• Luchtfoto vergelijking / ambtelijk

Wij laten elke 3 jaar luchtfoto’s maken van de gemeente. De nieuwe luchtfoto’s vergelijken wij nauwkeurig met die van voorgaande jaren. Uit die vergelijking stellen wij een lijst samen met verschillen. Die categoriseren wij naar activiteit. Wij gaan na of in ons registratiesysteem vergunningen zijn verleend of meldingen zijn geaccepteerd die overeenkomen met de lijst. De overige wijzigingen plannen wij in voor programmatisch toezicht. Op welk moment het toezicht plaatsvindt is afhankelijk van de prioriteit die de mutatie meekrijgt.

De toezichthouders gebruiken de aan- en af rijroutes voor patrouille. Dat wil zeggen dat zij onderweg de ogen en oren goed de kost geven. Als zij onderweg veranderingen waar nemen waar toezicht op moet worden gehouden noteren zij dat. Deze zaken worden toegevoegd aan voornoemde luchtfotolijst. Daarna worden zij op dezelfde wijze ingepland voor toezicht. Voor zaken die spoedeisend zijn of direct handelen van de toezichthouder verlangen volgt de toezichthouder in afwijking van deze werkwijze de werkwijze “Spoedeisende handhaving”.

• Klacht of verzoek om handhaving

Op de website van de gemeente Berkelland is een klachtenmeldpunt opgenomen. Deze is te vinden op www.gemeenteberkelland.nl onder de noemer “Melding in woon- en leefomgeving”. Daarnaast zijn er klachtenmeldpunten voor de activiteit milieu kan gebruik gemaakt worden van de website www.milieuklachten.nl

Klachten kunnen ook telefonisch doorgegeven worden. Dit kan op het algemene telefoonnummer 0545-250 250.

Een verzoek om handhaving is een aanvraag om een besluit te nemen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek moet:

  • - schriftelijk ingediend worden
  • - ondertekend zijn
  • - door een belanghebbende gedaan zijn
  • - een motivatie bevatten waarom handhaving wenselijk is

Klachten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en verzoeken om handhaving krijgen een prioriteit toegekend. De prioriteit bepaalt wanneer de klacht of het verzoek om handhaving kan worden opgepakt. In hoofdstuk .. is beschreven hoe de prioriteit tot stand komt.

Klachten gericht tegen ambtenaren

Onze medewerkers moeten op een nette manier met mensen omgaan. Daarvoor hebben zij ondermeer een eed afgelegd. Als er desondanks klachten ontstaan tegen medewerkers of toezichthouders kunnen deze aan onze klachtencoördinator voorgelegd worden. Als dat niet tot een oplossing leidt kan de nationale ombudsman een oordeel over de klacht vellen.

Werkwijze tijdens toezicht

Het toezicht op alle activiteiten van de Wabo vindt plaats op basis van protocollen. In hoofdstuk .. zijn deze protocollen inhoudelijk beschreven. Daar wordt ook ingegaan op de wijze van totstandkoming van die protocollen. Als er meerdere activiteiten tegelijk uitgevoerd worden of op hetzelfde moment in gebruik zijn matcht de gemeente de protocollen. Daarmee probeert de gemeente de lastendruk voor de burgers en bedrijven als gevolg van het toezicht zo veel mogelijk te beperken.

Voor ieder onderwerp van de protocollen controleert de toezichthouder of dat onderwerp op de specifieke situatie van toepassing is en of het voldoet. De bevindingen worden vastgelegd en ondersteund met opmerkingen en foto’s. Op deze wijze controleert de toezichthouder of het team van toezichthouders ieder toezichtaspect.

Wanneer een toezichtaspect niet voldoet volgt onderstaande procedure.

Toezicht onderdelen die niet voldoen

Als een toezichtaspect niet voldoet wordt eerst bepaald of spoedeisend moet worden opgetreden9 Spoedeisend optreden is bijvoorbeeld vereist bij schadelijke (vloei-) stoffen in de bodem. Ook bij het stillegen van bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden is sprake van spoedeisend optreden. . In dat geval volgen wij de strategie voor spoedeisende handhaving.

In een aantal gevallen wordt niet letterlijk aan de toezichtaspecten voldaan. De afwijkingen zijn zo klein dat optreden buiten proportioneel is. Dergelijke afwijkingen ontstaan bijvoorbeeld bij de uitvoering van bouw waar als gevolg van de afmetingen van gebruikte materialen minimale verschillen ontstaan. In die gevallen wordt een opmerking toegevoegd aan het toezichtaspect en daarmee is het aspect dan alsnog akkoord.

Legalisatieonderzoek

Als een toezichtaspect niet voldoet gaat de gemeente eerst na of er alsnog toestemming voor de afwijking kan worden verleend. Dit legalisatieonderzoek voert de gemeente uit als “service”. De toezichthouder gebruikt het formulier “legalisatieadvies”. Op basis van de constatering e dit formulier brengt de vergunningbeoordelaar advies uit. Daaruit volgt of alsnog vergunning kan worden verleend. Dat kan al dan niet na een geringe aanpassing zijn.

Als de overtreding legaliseerbaar is krijgt de overtreder een termijn waarbinnen een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd. Wanneer binnen die termijn geen aanvraag door de gemeente is ontvangen gaat de gemeente er van uit dat legalisatie niet gewenst is. In dat geval wordt het handhaaftraject gestart. Als de omgevingsvergunning niet verleend kan worden wordt ook (alsnog) het handhaaftraject gestart.

Zodra de legaliserende (deel-) omgevingsvergunning verleend is wordt hier toezicht op gehouden volgens de standaard werkwijze.

Gedogen

Als een overtreding niet kan worden gelegaliseerd moet in beginsel handhavend opgetreden worden. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden gedoogd. Het uitgangspunt in de gemeente is dat gedogen niet plaatsvindt. Een gedoogbeschikking wordt door de afdeling Gemeentewinkel verzorgd.

Handhaving

Wanneer een afwijking niet ondergeschikt is, legalisatie niet mogelijk is en gedogen niet wenselijk (of juridisch toegestaan) is volgt handhaving.

BLOK 1

De eerste afweging bij handhaving is of spoedeisend optreden nodig is. In dat geval nemen wij direct een besluit tot handhaving. Daarna gaan wij over tot uitvoering van de handhaving.

In uitzonderlijke gevallen kan meteen tot uitvoering van de handhaving overgegaan worden. Het besluit nemen wij dan achteraf.

BLOK 2

Wanneer een kernbepaling doelbewust, niet als kennelijk incident of niet gering van omvang wordt overtreden volgt handhaving volgens blok 2. Dat betekent dat wij een vooraankondiging met een korte termijn verzenden. Daarna volgt het besluit tot handhaving. Na afloop van de begunstigingstermijn volgt de uitvoering van de handhaving.

BLOK 3

Wanneer een overtreding van een kernbepaling niet doelbewust, incidenteel en gering van omvang is volgt handhaving volgens blok 3. Wij proberen eerst afspraken te maken met de overtreder over de wijze waarop en de termijn waarbinnen de overtreding opgeheven wordt. Dit leggen wij vast in het “Afspraakformulier”. Wanneer de afspraak niet nagekomen wordt volgt handhaving volgens blok 2.

BLOK 4

Bij doelbewuste, niet als kennelijk incident of niet gering van omvang overtreden van een overige bepaling (geen kernbepaling) volgt handhaving volgens blok 4. Dat betekent dat wij een vooraankondiging met een begunstigingstermijn verzenden. Daarna volgt het besluit tot handhaving. Na afloop van de begunstigingstermijn uit het besluit volgt de uitvoering van de handhaving.

BLOK 5

Wanneer een overtreding van een overige bepaling niet doelbewust, incidenteel en gering van omvang is volgt handhaving volgens blok 5. Wij proberen eerst afspraken te maken met de overtreder over de wijze waarop en de termijn waarbinnen de overtreding opgeheven wordt. Dit leggen wij vast in het “Afspraakformulier”. Wanneer de afspraak niet nagekomen wordt volgt handhaving volgens blok 4.

Enkelvoudige vaststelling, meervoudig gebruik

Veel gegevens die uit het toezicht volgen zijn ook relevant voor andere afdelingen van de gemeente. De wet Basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) vereist dat er uitwisseling plaatsvindt van een aantal gebeurtenissen. Dit is bijvoorbeeld de start van bouwwerken, de gereedmelding en in gebruikname. Ook voor de Wet waardering onroerende zaken (Woz) is een goede objectafbakening noodzakelijk. Zowel de BAG als Woz hebben behoefte aan inzicht van vergunningvrije bouwwerken. De informatie en toezichtgegevens die de afdeling Handhaving en veiligheid op dit gebied verzamelt wordt daarom uitgewisseld.

Een vergelijkbare uitwisseling vindt ook plaats bij handhaving. Wanneer als gevolg van handhaving bijvoorbeeld een bouwwerk gesloopt is, is deze mutatie ook voor de Woz en BAG van belang.

Archief

Na toezicht en handhaving worden de protocollen met bevindingen, brieven en documenten gearchiveerd.