In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;
Categorie I: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van:
de bebouwde kom;
stankgevoelige objecten;
objecten voor verblijfsrecreatie, uitgezonderd de verblijfsrecreatie op kampeerboerderijen.
Categorie II: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van:
niet-agrarische bebouwing, geconcentreerd in lintbebouwing buiten de bebouwde kom, langs wegen, vaarten, dijken e.d.;
meerdere verspreid liggende niet-agarische bebouwingen die aan het desbetreffende buitengebied een bepaalde woonfunctie verlenen;
objecten voor dagrecreatie.
Categorie III: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van een enkele niet-agrarische bebouwing in het buitengebied.
Categorie IV: de activiteiten met betrekking tot het houden van dieren vinden plaats in de directe omgeving van een agrarische inrichting.
Tabel: de tabel in artikel 2, onder b van deze beleidsregels.
Artikel 1.
Begripsbepaling
Onderdeel van Beleidsregel Kleinschalig houden van dieren Noord-Beveland 2010