Naar hoofdinhoud
Naast het bepaalde uit artikel 2 wordt bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een inrichting rekening gehouden met de volgende aspecten: winstoogmerkt (verhouding tussen kosten en opbrengsten); de hinder die de activiteit veroorzaakt (bijv. stank- of geluidsoverlast); de continuïteit van de activiteit (hoe lang zal de situatie voortduren); de wijze van huisvesting van de in de inrichting aanwezige dieren (speciale voorzieningen); commerciële doeleinden (het plaatsen van advertenties, inschrijving bij de Kamer van Koophandel); gebruik/aanwending van de dieren (houdt men de dieren voor hobby, eigen gebruik of gezinsconsumptie); perceelsgrootte; omgeving waar de dieren worden gehouden (landelijk of stedelijk gebied).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel