Op het gemeentelijk grondgebied zijn een aantal oude stortplaatsen8Zie hiervoor de website van de provincie Noord-Holland: https://geoapps.noord-holland.nl/. aanwezig.
De bovenafdichting van een aantal stortplaatsen is of wordt in de toekomst mogelijk onvoldoende.
Het toepassen van grond “als bovenafdichting voor een stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier als gevolg van contact met het onderliggende materiaal” wordt binnen het Besluit als een nuttige toepassing gezien (artikel 35 onderdeel d). De toe te passen grond moet voldoen aan het (toekomstige) bodemgebruik.
De gemeente wil de mogelijkheden voor het nuttig toepassen van vrijgekomen grond met de kwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ vergroten door deze toe te passen op stortplaatsen waar de bovenafdichting onvoldoende is. Omdat de stortplaatsen in het buitengebied en in woongebieden zijn gelegen, voldoet de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ niet altijd aan de toepassingseis ter plaatse (in de regel ‘Wonen’ of ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’). Daarom stelt de gemeente onder de volgende voorwaarden Lokale Maximale
Waarden vast:
Alleen voor oude stortplaatsen waarvan de bovenafdichting onvoldoende is, mag grond met maximaal de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ worden gebruikt ter eenmalige verbetering (het voldoende op dikte brengen) van de bovenafdichting. Grond met de kwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ mag worden gebruikt alleen in combinatie met het aanbrengen van een minimaal 0,5 meter dikke afdeklaag. De kwaliteit van de afdeklaag moet voldoen aan het (toekomstige) bodemgebruik. Als de stortplaats in een gebied ligt met de bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’, dan moet de grond in de deklaag voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of beter. Maar veelal is het bodemgebruik landbouw. Voor het bodemgebruik landbouw worden de Lokale Maximale Waarden voor de afdeklaag afgestemd op de LAC2006-waarde9Overschrijding van de LAC2006-waarde houdt in dat de kans op problemen voor de agrarische functie niet verwaarloosbaar wordt geacht en dat nader onderzoek gewenst is om na te gaan of zich daadwerkelijk nadelige effecten voordoen.[21]. Als de LAC2006-waarde hoger ligt dan de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’, dan wordt deze laatste norm gehanteerd. Als de LAC2006-waarde lager ligt dan de AW2000, dan wordt de AW2000 gehanteerd. De Lokale Maximale Waarden voor de afdeklaag zijn in tabel 4.1 gespecificeerd.
De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 24/70).
Bij het toepassen van en werken met verontreinigde grond moet de veiligheidsklasse conform de CROW publicatie 400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’[20] door een veiligheidskundige worden bepaald (zie ook § 4.17).
De Lokale Maximale Waarde voor een betere bovenafdichting van oude stortplaatsen is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Voorwaarden hierbij zijn:
Nadat de bovenafdichting voldoet aan de gestelde eisen, vervalt de Lokale Maximale Waarde ‘Industrie’.
In combinatie met de bovenafdichting moet een afdeklaag worden gerealiseerd van minimaal 0,5 meter dikte met een kwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen in gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’. Voor gebieden die in gebruik zijn voor landbouw moet de kwaliteit voldoen aan de LAC2006-waarden dan wel de maximale waarden voor de functie ‘Wonen’ (zie tabel 4.1).
De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 24/70).
Tabel 4.1 Specificatie Lokale Maximale Waarden voor de afdeklaag (minimaal 0,5 meter) op een verbeterdebovenafdichting van een voormalige stortplaats (gehalten in mg/kg ds bij standaard bodem: lutum 25% en organisch stof 10%)
Norm
Stof
AW2000
Wonen
LAC200610 [Tabel][Rij 1][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Rij 1][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Rij 2][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Rij 3][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Tabel][Rij 1][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Rij 1][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Rij 2][Cel 1][Cel 2][Cel 3][Rij 3][Cel 1][Cel 2][Cel 3]Betreffen LAC2006-waarden voor “Beweid grasland”
LMW
zand
klei
veen
zand
klei
veen
Barium
-
-
-
-
Cadmium
0,6
1,2
1
2
2
1
1,2
1,2
Kobalt
15
35
-
-
-
35
Koper
40
54
3011Waarde voor beweid grasland/5012 Waarde voor veevoer op basis van norm in gewas
3011/8012
3011/8012
40/5011
40/54
40/54
Kwik
0,15
0,83
2
2
2
0,83
Lood
50
210
150
150
150
150
Molybdeen
1,5
88
-
-
-
88
Nikkel
35
39
15
50
60
35
39
39
Zink
140
200
150
660
720
150
200
200
PCB138
0,02
0,04
0,1/0,2
0,04
PCB153
0,02
0,04
0,1
0,04
PAK (som10)
1,5
6,8
3,4
3,4
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.5
Lokale Maximale Waarden betere bovenafdichting oude stortplaatsen
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Gooise Meren