Naar hoofdinhoud
In het Koersdocument en het bestemmingsplan wordt voor de Ruimtelijke structuur van de Spoorzone uitgegaan van de metafoor van “ de sporen en de bielzen”. Haaks op de Locomotiefboulevard en de Burgemeester Brokxlaan zijn de gebouwen gepositioneerd. De gebouwen vormen “een stoet” van gebouwen zij-aan-zij. De YPC voegt zich in deze stedenbouwkundige systematiek met een plintbebouwing, welke sterk interacteert met de openbare ruimte. Op de plint, met het onderwijsprogramma zijn woningbouwvolumes geprojecteerd. De YPC kent in hoofdopzet een vierkante footprint en viertal volumes, gepositioneerd op de vier hoeken van de plint. De uitdaging is om deze footprint en massaopbouw in het systeem van de sporen en de bielzen te laten landen. Zowel de plint als de massaopbouw bieden, in relatie tot de omgeving aanleiding tot een nadere geleding van de volumes. De aanleidingen zijn gelegen in: De gelaagdheid van de rooilijnen Het ensemble van overkragende bebouwing Geleding van de massaopbouw In het Koersdocument wordt voor de Burgemeester Brokxlaan, aan weerszijden een samenhangende stedenbouwkundige opbouw voorgesteld. Tussen het Burgemeester Johan Stekelenburgplein en de Wagenstraat wordt uitgegaan van een ensemble van overkragende bebouwing boven het trottoir en fietspad om te komen tot een visuele versmalling en het doorbreken van de lineariteit van de Burgemeester Brokxlaan. Feitelijk is en aan Burgemeester Brokxlaan sprake van twee bouwgrenzen: Bouwgrens van de plint (begane grond) Bouwgrens van de overkragingen De bouwgrens van de plint van de YPC voegt zich tussen de omliggende bestaande bebouwing. Hierbij zijn de cultuurhistorische bouwgrenzen van de voormalige werkplaatsgebouwen relevant, met name de hoofdmassa’s van de westelijk gelegen LocHal en Wagenmakerij/Koepelhal aan de oostzijde. Beide bouwgrenzen liggen niet in één lijn. De plint van de YPC bemiddeld tussen beide lijnen met een sprong. De sprong markeert de overgang van het brede profiel naar het smalle profiel van de Burgemeester Brokxlaan ter plaatse van de Wagenstraat. De sprong is tevens aanleiding tot geleding van de vierkante plint in twee ten opzichte van elkaar verschoven bielzen. De afstand tussen de oostelijk en westelijk gelegen bestaande bebouwing, bedraagt 64,5 meter. Aan de westzijde wordt uitgegaan van de huidige doorsteek met een breedte van 6 meter. Aan de oostzijde wordt voor de bestaande en toekomstige bevoorradingsroute uitgaan van 7,5 meter. Dit betekent dat in oost-west richting maximaal 51 meter beschikbaar is voor bebouwing. De zuidgevel van de plint aan het Campusplein kent een geleding met een overbouwde buitenruimte aan de zijde van Smeer’m en een vooruit geschoven deel aan zijde van de Hall of Fame. De noordgevel van de plint, aan de zijde van de Burgemeester Brokxlaan kent eveneens een gelede opzet met twee overbouwde buitenruimten door de overkragende bouwvolumes op de plint. Met het westelijke bouwvolume wordt het trottoir en fietspad overbouwd. Binnen de genoemde bouwgrenzen en maximale bouwhoogte van 15 meter bedraagt de omvang van de plint circa 2.500 m2 BVO. Twee volumes, verschoven ten opzichte van elkaar. Aan de Burgemeester Brokxlaan vormt de YPC de schakel tussen de lijn van de Lochal en de Koepelhal. Aan het Campusplein ontstaat een spel van volumes die terug liggen en in naar voren steken. aan beide zijden zorgen de bewegingen voor een omlijsting van de bestaande bebouwing. Vier volumes op de plint aan een daktuin. Set-back, overbouwing en verspringende plinthoogten De bouwhoogte van de plint bedraagt maximaal 15 meter. De plint kent een wisselende en heldere afleesbare bouwhoogte en communiceert met; en reageert op de bebouwing in de directe omgeving. Alleen op deze wijze is sprake van een betekenisvolle contextuele verankering. De goothoogte van Gebouw 88 is bijvoorbeeld op een vergelijkbaar niveau gelegen. De nokhoogten van Hall of Fame en Smeer’m bedraagt circa 9 meter. De wisselende bouwhoogte van de plint varieert tussen 10 en maximaal 15 meter. Het schaalverschil tussen de YPC en de gebouwen in de omgeving stel eisen aan de maatvoering, geleding, vormgeving en detaillering van de plint. De plint vervult een belangrijke rol in het ‘terugschalen’ van totale massa van de YPC naar de maat en schaal van de werkplaats. De plint kenmerkt zich door een alzijdige ritmiek kolommenstructuur. De kolommen zijn zowel als vrijstaande ondersteuning van de overkragingen als onderdeel van de gevel. De overkragende delen zijn gepositioneerd aan de Burgemeester Brokxlaan en het Campusplein. Aan de doorsteken zijn de kolommen onderdeel van de gevel. Bij de architectonisch uitwerking zal meer onderscheid worden gemaakt tussen de meer publieke zijde van het plein en de laan ten opzichte van de noord-zuid doorsnijdingen van de werkplaats, in de vorm van doorsteken en nabijheid van de kleinschalige werkplaatsgebouwen. Hierbij is voorts sprake van een nader onderscheidt tussen de gebouwstructuur van Smeer’m aan de westzijde en de Hall of Fame aan de oostzijde. Het dak van de plint fungeert als daktuin voor de bewoners Op de plint staan bouwvolumes met starters- en studentenwoningen. De totale maximale bouwhoogte, van plint en bouwvolumes, bedraagt maximaal 40 meter. 40. De bouwvolumes versterken de bielzen vanuit de plint en communiceren met de bestaande en toekomstige hogere volumes in de Spoorzone. De bouwvolumes vormen een ensemble op de plint en hebben verschillende bouwhoogten. De wisselende silhouetten dienen te worden versterkt door een bekroning van de bouwvolumes. De bouwvolumes op de plint overkragen en hebben een meer vrije positie ten opzichte van cultuurhistorische bouwgrenzen. De bouwvolumes op de plint overkragen, aan de Burgemeester Brokxlaan en het Campusplein. De zogenaamde bovenwereld van de bouwvolumes en daktuin communiceren met de aangrenzende openbare ruimte. De overkragingen en entrees tot de bovenwereld leveren hieraan een nadrukkelijke bijdrage. Bijzondere aandacht vraagt het ensemble van overkragingen aan de Burgemeester Brokxlaan. De overkragingen aan de Burgemeester Brokxlaan, tussen de Wagenstraat en Atelierstraat reiken over het fiets- en voetpad tot de grens van de parkeerstrook. Voor de beoogde samenhang dienen deze overkragingen allen tot deze grens te worden gerealiseerd. In de lijn van Gebouw 88 en de Hall of Fame, is tussen de Locomotieboulevard en het Campusplein, het Spoorgebouw met een kantoor- en werkfunctie gepositioneerd. Het Spoorgebouw is integraal onderdeel van de ontwikkeling van de YPC en een belangrijke schakel in het ecosysteem van kennisuitwisseling, startende bedrijven en bedrijfsleven. Het Spoorgebouw wordt tegen de Hall of Fame gebouwd en kent een driezijdige oriëntatie en relatie met openbare ruimten op verschillende schaalniveaus: Locomotiefboulevard Campusplein (op de lijn Binnentuin-Koepelhal) Doorgang tussen Gebouw 88 en Spoorgebouw (onderdeel bevoorradingsstraat) Positie Spoorgebouw De driezijdige oriëntatie wordt in relatie tot de openbare ruimte manifest gemaakt met een transparante en actieve plint. Naast de interactie met de verschillende typen omliggende openbare ruimte, vraagt de driezijdige oriëntatie en inpassing op gebouwniveau en programmering een onderscheidende positie ten opzichte van het onderwijs- en woongebouw. Enerzijds voegt het Spoorgebouw zich in de gebouwenreeks Koepelhal-Gebouw 88, anderzijds kent het een interactie met het onderwijsgebouw. Dit betekent dat het Spoorgebouw beide werelden moet verenigen en verbinden. Uitdaging is om bij de verdere uitwerking beide werelden expliciet tot uitdrukking te brengen. Hierbij wordt dus niet uitgaan van het zondermeer doorvertalen van de beeldtaal, architectuur en materialisatie van het onderwijs- en woongebouw, maar rekenschap geven van de cultuurhistorische reeks gebouwen aan de Locomotiefboulevard. De bouwhoogte van de plint bedraagt maximaal 10 meter, passend in de maat en schaal van de bebouwing Hall of Fame-Koepelhal en de plint van het onderwijsdeel aan de overzijde van het Campusplein. De voormalige werkplaatsgebouwen, zijn volgens de motoriek en het functioneren van de NS-werkplaats, met de entrees georiënteerd op de Binnentuin en Campusplein. Voor het Spoorgebouw wordt, binnen dit systeem derhalve uitgegaan van een entree naar het Binnengebied, mede ter activering van het toekomstige Campusplein. Op de plint is een bouwvolume gepositioneerd, met een kantoorfunctie. De totale bouwhoogte bedraagt maximaal 25 meter.

Rechtspraak bij dit artikel