Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de APV (vergunning prostitutie- of escortbedrijf) zal het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien:
**a..** sprake is van nieuwe vestiging van een prostitutie- of escortbedrijf;
**b..** sprake is van een overname of van een wijziging van een exploitant en/of beheerder van een prostitutie- of escortbedrijf;
**c..** een voorafgaande aanvraag door de vorige aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets;
**d..** een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buitenbehandeling is gesteld;
**e..** op grond van:
∙ eigen ambtelijke informatie, en/of
∙ informatie verkregen van het Bureau, en/of
∙ informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
∙ vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob,
vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.
**f..** een bij de aanvraag betrokkene in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.3
Exploitatie prostitutie- of escortbedrijf
Onderdeel van Beleidslijn toepassing Wet Bibob Borger-Odoorn 2022