Bestaand beleid
De formulering van het begrip ‘inrichting’ in de Drank- en Horecawet omvat tevens een bij een horecagelegenheid horend terras. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inpandige (binnen)terrassen, terrassen in de open lucht op particulier grondgebied (buitenterrassen) en terrassen op de openbare weg. Alle terrassen moeten in de Drank- en Horecavergunning zijn vermeld. Alleen voor de terrassen op de openbare weg geldt dat eerst getoetst moet worden of deze nadrukkelijk worden toegestaan door het college van B&W: de toetsingsgrondslag is onder meer het bestemmingsplan. Terrassen die op eigen terrein (bijvoorbeeld in de achtertuin) worden gerealiseerd vallen niet onder het via de huurovereenkomsten uitgevoerde terras-senbeleid, maar vallen wel onder de vergunningplicht. Via het bestemmingsplan kan worden geregeld dat de private buitenruimte al dan niet als terras mag worden ingericht.
Onder terras wordt verstaan: ‘een buiten de besloten ruimte van een horecabedrijf gelegen gedeelte van de weg of perceel voorzien van stoelen en tafels waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren worden verstrekt’.
Voor terrassen die worden geplaatst, is een terrasvergunning vereist (artikel 2.1.5.1 van de APV). De burgemeester heeft de beslissingsbevoegdheid met betrekking tot deze vergunningverlening. De gemeente Ameland formuleert in ‘Kiezen voor kwaliteit (Notitie reclame en terrassen)’ de volgende voorschriften voor een terrasvergunning:
het terras mag geplaatst zijn in de periode 1 maart tot 1 november;
de openingstijden van het terras is gelijk aan de sluitingstijd van de horeca-inrichting waartoe het terras behoort, echter nooit later dan 01.00 uur (zie ook paragraaf 4.2.2);
het terras dient gesitueerd te zijn binnen de afmetingen, zoals aangegeven op de bij de vergunning behorende plattegrond en de door de gemeente met kopspijkers aangebrachte afbakening;
de inrichting bestaande uit: aantal stoelen en omschrijving, aantal tafels en om-schrijving, het maximum aantal afvalbakken met een gedempte kleurstelling en zonder reclameaanduidingen die geplaatst dienen te zijn tegen de gevel, aantal parasols met gedempte kleurstelling met omschrijving, overige objecten die onderdeel uitmaken van het terras;
indien bij opslag gebruik wordt gemaakt van een afdekzeil, dient dit zeil een gedempte kleurstelling te hebben.
De terrasvergunning kan ingetrokken worden indien:
één of meerdere vergunningvoorschriften niet worden nageleefd;
de inrichting van het terras hinderlijk is of overlast veroorzaakt;
openstellen terras gehele jaar.
de inrichting van het terras niet langer voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
Daarnaast worden er nog richtlijnen gegeven voor terrasafscheidingen, zonweringen, luifels, rolluiken en de opslag van terrasmeubilair.
Indien terrassen deels op de openbare weg gesitueerd worden, valt deze onder de exploitatievergunning van het horecabedrijf. De burgemeester kan de ingebruikname van de weg ten behoeve van één of meerdere terrassen weigeren indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg. De exploitatievergunning kan ook geweigerd worden indien het gebruik als terras een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Er wordt geen huur of precario berekend.
Naar aanleiding van een verzoek tot een vergunning voor het plaatsen van een terras wordt bekeken of de vereiste ruimte beschikbaar is: hierbij is van belang dat er voldoende ruimte voor de overige gebruikers van de openbare ruimte overblijft (voetgangers, winkelend publiek) en het terras geen obstakel vormt. Het terras dient bovendien een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit en mag de landschappelijke-, stedenbouwkundige- en cultuurhistorische kwaliteit niet verstoren. Het terras mag alleen voor het eigen bedrijf gerealiseerd worden.
Uit de horecavisie is naar voren gekomen dat in Hollum de terrassen meer geconcentreerd zouden moeten worden. In Buren zal de ambiance van het centrum verbeterd moeten worden, door bijvoorbeeld de terrassen en de reclame aan te pakken.
Naast de bouwvergunning en APV-vergunning speelt de Monumentenwet en de status van het Beschermde Dorpsgezicht een rol. In 2001 en 2002 is een start gemaakt met dit project. Veel bedrijven zijn getoetst op het nieuwe beleid. Om goed gestalte te geven aan het vastgestelde beleid is het gewenst blijvend aandacht aan dit project te schenken. Het is gewenst hiervoor de nodige tijd te ramen.
Het beleid maakt onderscheidt in vier hoofddoelstellingen:
a.Preventieve voorlichting en standaard aanvraagprocedures.
Preventieve voorlichting komt tot uiting in de welstandnota: welke eisen worden er
gesteld ten aanzien van bv. reclame?
b.Stimulering door o.a. subsidiëring.
Voor het verwijderen van bestaande legale, maar ontsierende reclame, wordt een verwijderpremie beschikbaar gesteld. De subsidie is gekoppeld aan het dorpsver-nieuwingsfonds.
c.Voorbeeldfunctie.
De voorbeeldfunctie van de gemeente (als beheerder van de openbare ruimte) vormt een belangrijke schakel in het slagen van het beleid. Gedacht moet worden aan verkeersborden, bewegwijzering, straatmeubilair en dorpsplattegronden.
d.Repressief toezicht.
De periodieke controle of er met een vergunning en conform de vergunning wordt gehandeld is van belang voor het slagen van het beleid. Indien dit niet het geval is en legalisatie niet mogelijk / gewenst is, zal het college van burgemeester en wethouders een verzoek doen de overtreding op te heffen. Indien hier geen gehoor aan wordt gegeven, zal er een waarschuwing volgen mogelijk gevolgd door bestuursrechtelijke sancties (bestuursdwang, dwangsom, intrekken of wijzigen van de beschikking).
Voorstel
Het concentreren van terrassen in Hollum.
Een terughoudend beleid voeren ten aanzien van het toelaten van terrassen aan de achterzijde (binnenterrassen). Hierbij rekening houden met de belangen van bewoners. Eventueel via milieuregelgeving nadere eisen stellen, om overlast voor de omgeving te voorkomen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.4
Terrassenbeleid
Onderdeel van Horecabeleidsplan gemeente Ameland