In hoofdstuk 4 is ingegaan op de mogelijkheden en uitgangspunten met betrekking tot het toelaten van schuilgelegenheden, bouwmogelijkheden en opstallen voor dierhouders, hobby- en deeltijdboeren en groentetuintjes. Hoofdstuk 5 gaat specifiek in op beleids- en toetsingskaders welke in direct verband staan met de uitgewerkte zoekgebieden in bijlage I, II en III.
Gezien het hier een nota met zoekgebieden betreft en geen bestemmingsplan wordt er in hoofdlijnen gekeken naar (bouw)voorschriften. De (bouw)voorschriften moeten aansluiting vinden bij hetgeen genoemd in de geldende bestemmingsplannen, de eerder genoemde kaders, nieuwe ontwikkelingen en voorschriften.
Voorschriften dierhouder.
Schuilgelegenheden in de vorm van schuttingen ten behoeve van het hobbymatig houden van
dieren.
Voor het bouwen van schuilgelegenheden in de vorm van schuttingen gelden de volgende
bepalingen:
Er dient een noodzaak aanwezig te zijn tot het plaatsen van een schutting; iemand dient één of meerdere dieren te houden en hij/zij voor dit dier (of deze dieren) geen goede schutplaats bezit.
De schutting mag worden geplaatst in het gebied zoals aangegeven in Bijlage I.
De schutting mag uit maximaal twee wanden bestaan; mogelijk in een T-vorm.
De schuttingen mogen maximaal 2,5 meter hoog zijn.
De lengte van één wand mag maximaal 4 meter en de andere wand mag maximaal 2,5 meter zijn.
De wanden moeten worden uitgevoerd met houten delen in de gedekte kleuren donker groen, donkerbruin, zwart met de kleurencode RAL 6009, 7021 of 8014 of gelijkwaardig.
De schuttingen mogen worden voorzien van een “dak”; dit dak moet onder hoek van 30 graden worden aangelegd.
De illustraties van de schuttingen in Bijlage IV geven het vorenstaande weer.
Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren, kunststof of golfplaten.
Er moet sprake zijn van aantoonbare noodzakelijkheid en doelmatigheid van een schutting in het kader van dierenwelzijn.
Er mag maximaal één schutting per dierhouder worden geplaatst.
Er mag maximaal één schutting op een kavel aanwezig zijn; de kavel dient minimaal 1000 m2 groot te zijn.
De dierhouder mag een schutting of een schutstal plaatsen, niet beide.
De schutting moet aan de rand van het perceel worden gepositioneerd.
De schutting moet, zo mogelijk, landschappelijk goed worden gepositioneerd; plaatsing in het open gebied moet zo veel als mogelijk worden tegengegaan.
Als de dierhouder geen eigenaar is van het perceel waarop de schutting wordt geplaatst, dient een overeenkomst worden overlegd waaruit blijkt dat de eigenaar het eens is met de plaatsing.
Als de schutting wordt gepositioneerd binnen een afstand van 100 meter van (een) (recreatieve) woning(en) dan moet een verklaring worden overgelegd waaruit blijkt dat de eigena(a)r(en) van de woning het eens is(zijn) met het plaatsen van de schutting.
Als de desbetreffende dierhouder al een “ illegale” schutting of schutstal heeft geplaatst dan mag pas tot plaatsing van een nieuwe schutting worden overgegaan als de bestaande schutting of schutstal is afgebroken.
Als de noodzaak tot het hebben van een schutting vervalt dan dient de schutting binnen drie maanden na het vaststellen daarvan worden afgebroken.
Bij de schutting mag geen ander materiaal zoals machines, landbouwgereedschap, (bouw)materiaal, wagens e.d. worden geplaatst; wel mogen enkele voerbalen voor het voeren van de hobbydieren nabij de schuttingen worden geplaatst.
De schutting dient in een goede staat van onderhoud te verkeren.
Bij de schutting mag geen nieuwe beplanting worden aangelegd.
Schutstallen ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren.
Voor het bouwen van schutstallen gelden de volgende bepalingen:
Er dient een noodzaak aanwezig te zijn tot het plaatsen van een schutstal; iemand dient één of meerdere dieren te houden en hij voor dit dier (of deze dieren) geen goede schutplaats bezit.
De schutstal mag worden geplaatst in het gebied zoals aangegeven in Bijlage I.
De maximale oppervlakte is 30 m2.
De maximale nokhoogte is 3 meter.
De maximale goothoogte is 2 meter.
Er mogen maximaal drie wanden worden aangebracht.
De wanden moeten worden uitgevoerd met gepotdekselde houten gevelbekleding (bijlage VIII) of een visueel gelijkwaardige uitvoering in de gedekte kleuren donker groen, donkerbruin, zwart met de kleurencode RAL 6009,7021 of 8014 of gelijkwaardig.
Het dak moet schuin (ten hoogste 30 graden) zijn met een dakbedekking van een gedekte kleur.
Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren, kunststof of golfplaten.
Er moet sprake zijn van aantoonbare noodzakelijkheid en doelmatigheid van een schutstal in het kader dierenwelzijn.
Er mag maximaal één schutstal per dierhouder worden geplaatst.
Er mag maximaal één schutstal op een kavel aanwezig zijn; de kavel dient minimaal 2000 m2 groot te zijn.
De dierhouder mag of een schutstal of een schutting plaatsen, niet beide.
De schutstal moet aan de rand van het perceel worden gepositioneerd en moet, zo mogelijk, landschappelijk goed worden gepositioneerd; plaatsing in het open gebied moet zo veel als mogelijk worden tegengegaan.
Als de dierhouder geen eigenaar is van het perceel waarop de schutstal wordt geplaatst, dient een ondertekende verklaring worden overgelegd waaruit blijkt dat de eigenaar het eens is met de plaatsing.
Als de schutstal wordt gepositioneerd binnen een afstand van 100 meter van (een) (recreatieve) woning(en) dan moet een verklaring worden overgelegd waaruit blijkt dat de eigena(a)r(en) van de woning het eens is(zijn) met het plaatsen van de schutstal.
Als de desbetreffende dierhouder al een “ illegale” schutting of schutstal heeft geplaatst dan mag pas tot plaatsing van een nieuwe schutstal worden overgegaan als de bestaande schutting of schutstal is afgebroken.
Als de noodzaak tot het hebben van een schutstal vervalt dan dient de schutstal binnen drie maanden na het vaststellen daarvan te worden afgebroken.
Bij de schutstallen mag geen ander materiaal zoals machines, landbouwgereedschap, (bouw)materiaal, wagens e.d. worden geplaatst; wel mogen enkele voerbalen voor het voeren van de hobbydieren nabij de schutstal worden geplaatst.
De schutstal dient in een goede staat van onderhoud te verkeren.
Bij de schutstal mag geen nieuwe beplanting worden aangelegd.
Voorschriften hobbyboeren
Specifieke bouwmogelijkheden hobbyboeren.
In specifieke en uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat de schutstallen voor dierhouders niet toereikend zijn. Bij aantoonbaarheid van de specifieke noodzaak kan het college afwijken van de voorschriften van schutstallen voor dierhouders en overgaan tot de volgende bepalingen voor hobbyboeren:
Er dient een noodzaak aanwezig te zijn tot het plaatsen van een stal; iemand dient meerdere dieren te houden en hij voor deze dieren geen goede schutplaats bezit.
Er dient aangetoond te worden de specifieke noodzaak om af te wijken van de voorschriften van schutstallen voor hobbyboeren.
De stal mag worden geplaatst in het gebied zoals aangegeven in Bijlage I.
De maximale bouwoppervlakte is 120 m2.
De maximale nokhoogte is 5 meter.
De maximale goothoogte is 3 meter.
De wanden moeten worden uitgevoerd met gepotdekselde houten gevelbekleding (bijlage VIII) of een visueel gelijkwaardige uitvoering in de gedekte kleuren donker groen, donkerbruin, zwart met de kleurencode RAL 6009,7021 of 8014 of gelijkwaardig.
Het dak moet schuin (ten minste 30 graden en ten hoogste 60 graden) zijn met een dakbedekking van keramische dakpannen, dakpanplaten of kleine golfplaten (b.v. Galia) kleur keramisch rood of grijs
Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren, kunststof of golfplaten.
De illustraties in Bijlage VI geven het vorenstaande weer.
Er moet sprake zijn van aantoonbare noodzakelijkheid en doelmatigheid in het kader van dierenwelzijn.
Er mag maximaal één stal per hobbyboer worden geplaatst.
Er mag maximaal één stal op een kavel aanwezig zijn; de kavel dient minimaal 2000 m2 groot te zijn.
De hobbyboer mag of een stal of een schutting plaatsen, niet beide.
De stal moet aan de rand van het perceel worden gepositioneerd en moet, zo mogelijk, landschappelijk goed worden gepositioneerd; plaatsing in het open gebied moet zo veel als mogelijk worden tegengegaan.
Als de hobbyboer geen eigenaar is van het perceel waarop de stal wordt geplaatst, dient een ondertekende verklaring worden overgelegd waaruit blijkt dat de eigenaar het eens is met de plaatsing.
Als de stal wordt gepositioneerd binnen een afstand van 100 meter van (een) (recreatieve) woning(en) dan moet een verklaring worden overgelegd waaruit blijkt dat de eigena(a)r(en) van de woning het eens is(zijn) met het plaatsen van de stal.
Als de desbetreffende hobbyboer al een “ illegale” schutting of stal heeft geplaatst dan mag pas tot plaatsing van een nieuwe stal worden overgegaan als de bestaande schutting of stal is afgebroken.
Als de noodzaak tot het hebben van een stal vervalt dan dient de stal binnen drie maanden na het vaststellen daarvan te worden afgebroken.
Bij de stallen mag geen ander materiaal zoals machines, landbouwgereedschap, (bouw)materiaal, wagens e.d. worden geplaatst; wel mogen enkele voerbalen voor het voeren van de hobbydieren nabij de stal worden geplaatst.
De stal dient in een goede staat van onderhoud te verkeren.
Voorschriften deeltijdboeren.
Bouwmogelijkheden deeltijdboeren
Voor het bouwen van stallen voor deeltijdboeren gelden de volgende bepalingen:
Aangetoond dient te worden dat het agrarisch deeltijdbedrijf ten minste 5 jaar moet bestaan uit minimaal 25 NGE en met 5 hectare grond in eigendom dan wel ten minste voor 6 jaar in pacht dient te hebben. Bij een deeltijdbedrijf tussen de 25 NGE en 50 NGE dient 10 hectare grond in eigendom te zijn dan wel ten minste voor 6 jaar in pacht dient te hebben.
De stal mag worden geplaatst in het gebied zoals aangegeven in Bijlage II. Buiten het in bijlage II aangegeven gebied zijn er uitsluitend in het agrarisch buitengebied bouwmogelijkheden wanneer er voor de deeltijdboeren op het gebied van planologische en/of milieutechnische aard beperkingen zijn.
De maximale bouwoppervlakte is 250 m2 tot 25 NGE, 300 m2 tot 30 NGE en 400 m2 van 30 tot 50 NGE.
De maximale nokhoogte is 8 meter.
De maximale goothoogte is 5,50 meter.
De wanden moeten worden uitgevoerd met gepotdekselde houten gevelbekleding (bijlage VIII) of een visueel gelijkwaardige uitvoering in de gedekte kleuren donker groen, donkerbruin, zwart met de kleurencode RAL 6009,7021 of 8014 of gelijkwaardig. Indien specifiek passend bij de verschijningsvorm bestaat de mogelijkheid om de stal uit te voeren in metselwerk met toe passing van een gele steen.
Het dak moet schuin (ten minste 30 graden en ten hoogste 60 graden) zijn met een dakbedekking van keramische dakpannen, dakpanplaten of kleine golfplaten (b.v. Galia) kleur keramisch rood of grijs
Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen en/of golfplaten.
De illustraties in Bijlage V en VI geven het vorenstaande weer.
Vestiging van een bedrijfswoning is niet toegestaan. Indien een deeltijdboer doorgroeit c.q. voltijdboer wordt dan valt de deeltijdboer onder de categorie voltijdboeren en kan de bouw van een dienstwoning tot de mogelijkheden behoren.
Er mag maximaal één stal per deeltijdboer worden geplaatst.
Er mag maximaal één stal op een kavel aanwezig zijn.
Landschappelijke inpasbaarheid. De stal moet landschappelijk goed worden gepositioneerd en er dient geen onevenredige afbreuk te ontstaan van de landschappelijke en natuurlijke waarden van het gebied. Indien blijkt dat het voor de landschappelijke inpasbaarheid noodzakelijk is om beplanting aan te brengen zal dit gebeuren in overleg met gemeente en de welstandscommissie. Tevens kan de gemeente bij specifieke gevallen beslissen dat een landschapsarchitect of het Kwaliteitsteam van de provincie Fryslân wordt ingeschakeld. In het kader van de landschap- en belevingswaarden dienen voerrollen(balen) met een lichte kleur plastic overdekt te worden met een zwart net c.q. zwarte afdekking.
Als de deeltijdboer geen eigenaar is van het perceel waarop de stal wordt geplaatst, dient een ondertekende verklaring worden overgelegd waaruit blijkt dat de eigenaar het eens is met de plaatsing.
De stal wordt gepositioneerd op een afstand van 100 meter van (een) (recreatieve) woning(en).
Bij de stal mag geen ander materiaal zoals machines, landbouwgereedschap, (bouw)materiaal, wagens e.d. worden geplaatst.
Voorschriften voor houders van groentetuintjes
De plaatsing van opstallen bij groentetuinen is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Voor het bouwen van opstallen bij groentetuinen gelden de volgende bepalingen:
Groentetuintjes mogen binnen het zoekgebied aangegeven in bijlage III worden aangelegd.
De maximale oppervlakte van de opstal mag 6 m2 zijn.
De opstallen mogen maximaal 1.80 m hoog zijn.
De opstallen moeten worden uitgevoerd met houten delen in de gedekte kleuren donker groen, donkerbruin, zwart met de kleurencode RAL 6009, 7021 of 8014 of gelijkwaardig.
Er mag maximaal één opstal per locatie worden geplaatst.
Als er al een opstal aanwezig is dan mag pas een nieuwe worden geplaatst als de oude is afgebroken.
Bij de groentetuintjes mag geen ander materiaal zoals machines, landbouwgereedschap, (bouw)materiaal, wagens e.d. worden geplaatst.
Als extra voorwaarde bij de opstallen geldt dat de begroeiing rondom het groentetuintje niet hoger mag zijn dan 1.80 meter als het tuintje is gelegen in het open landschap.
Artikel 5.
BELEID- EN TOETSINGSKADERS
Onderdeel van Nota schuilgelegenheden voor dieren van dierhouders / hobbyboeren en deeltijdboeren en opstallen bij groentetuintjes