Bij de doelstellingen is aangegeven dat deze nota tot doel heeft integraal beleid vast te stellen met betrekking tot het toelaten van schuilgelegenheden, bouwmogelijkheden en opstallen voor hobby- deeltijdboeren en groentetuintjes in de daarvoor bestemde gebieden. Dit zal bij moeten dragen aan een goede landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt daarbij is niet, dat bouwwerken geweerd dienen te worden, maar te kijken naar de mogelijkheden voor de doelgroepen.
Mogelijkheden
Duidelijk is dat de laatste jaren de categorie hobbyboeren in aantal is toegenomen. Met name de paardensport speelt hierin een belangrijke rol. Uit onderzoek is gebleken dat er een aanzienlijk economisch belang is voor deze categorie en de sociale aspecten behoorlijk zijn.
Van belang is op dit moment dan ook dat:
er bouwmogelijkheden ontwikkeld worden voor hobbyboeren en;
dat de huidige regelgeving hierop gaat aansluiten c.q. op aangepast moet worden.
De mogelijkheid tot bouwen in het buitengebied voor hobbyboeren is een aspect dat zich in hoofdzaak in het kader van de Wet ruimtelijke ordening afspeelt. De Woningwet, de WABO en de Milieuwetgeving zijn niet van doorslaggevend belang. Met name de bestemmingsplannen en de anticipatie hierop zijn van essentieel belang. De rol van de provincie en het rijk zijn hierin zeer belangrijk. Bij het bouwen in het buitengebied voor hobbyboeren zullen de landschappelijke inpasbaarheid en de versnippering van het buitengebied de belangrijkste beoordelingsaspecten zijn. Een goede afweging is hierbij van groot belang. Een uitgebreide versnippering van het buitengebied is niet toelaatbaar.
Uitgangspunten
Vanuit het economische- en het sociale belang en gelet op de karakteristieke kleinschalige activiteiten op Ameland is het van belang dat mogelijkheden worden gecreëerd voor de sector hobbyboeren. De bouwmogelijkheden mogen slechts een minimale inbreuk maken op het opengebied. Door het bouwen van hobbyschuren mogen geen concurrerende situaties ontstaan met voltijd- en deeltijdboeren. Locaties in het polder gebied voor de professionele landbouw zijn op voorhand niet direct geschikt. Als potentiële zoekgebieden kunnen worden aanmerkt gebieden zoals de Vleyen. Deze kenmerken zich door een variërend landschap waardoor van aantasting van het open landschap minders snel sprake is. Het kleinschalige van de hobbyboeren wordt hierin meer passend geacht dan grootschalige activiteiten. Ook kan de relatie worden gelegd met agrarisch natuurbeheer; een ontwikkeling die steeds meer opkomt.
In het kleinschalige van hobbyboeren schuilt ook het gevaar bij bouwen in het opengebied. Bij het toestaan van bouwen zal snel een veelheid van hokken en schuurtjes kunnen ontstaan dat versnippering en verrommeling zal bevorderen. Dit dient te worden voorkomen.
Bij de uitwerking van de beleids- en toetsingskaders is het vast stellen van uitgangspunten van belang. Beantwoording van de volgende vragen zijn de kaders van de uitgangspunten:
Welke doelgroepen mogen een bouwwerk of gebouw plaatsen?
Waar mogen gebouwen of bouwwerken worden opgericht?
Wat mag worden gebouwd?
Hoe moet het gebouw of bouwwerk eruitzien?
Hoe om te gaan met landschapsbeheer / ruimtelijke kwaliteit;
Hoe om te gaan met de bestaande(“illegale”)gebouwen of bouwwerken?
Welke doelgroepen mogen een bouwwerk of gebouw plaatsen
In het Landbouwbeleidsplan is uitgegaan van drie categorieën hobby-, deeltijdboeren en voltijdboeren. In deze nota wordt specifieker naar doelgroepen gekeken en wordt aanvullend op het Landbouwbeleidsplan uitgegaan van de volgende doelgroepen:
Dierhouders
Hobbyboeren
Deeltijdboeren
Voltijdboeren / professionele landbouw
Houders van groentetuintjes.
Dierhouders
Voor het plaatsen van een schutting of schutstal is het nodig dat de betrokkene hobbymatig dieren houdt. Het gaat hierbij om dieren die (bijna) het gehele seizoen in de wei staan, zoals schapen, geiten, paarden en koeien. Het gaat niet om mensen die bedrijfsmatig dieren houden. Er moet sprake zijn van het hobbymatig houden van dieren. Als hobbymatig wordt aangemerkt minder dan 3 NGE.
Hobbyboeren
Vervolgens is gebleken dat er een specifieke categorie dierenhouders zijn die tussen het hobbymatige en de deeltijdboer in zitten. Deze categorie is geen deeltijdboer maar is qua invulling meer dan het eenvoudig hobby matig houden van dieren (dierhouders). Deze specifieke categorie benoemen we hobbyboeren met 3 tot 10 NGE. In specifieke en uitzonderlijke gevallen kan bij aantoonbaarheid van de specifieke noodzaak het college afwijken en overgaan tot een grotere categorie van schutstallen voor hobbyboeren. Deze doelgroep wordt geclassificeerd als Hobbyboeren.
Enkele voorbeelden van hobbyboeren:
Een schapenhouder met 120 schapen en 7 hectare blijvend grasland valt onder de categorie hobbyboeren (9,56 NGE).
Een paardenhouder met 6 paarden van 3 jaar en ouder en 2 hectare blijven grasland valt onder de categorie hobbyboeren (8,79 NGE).
Een melkveehouder met 8 koeien (melk- en kalfkoeien, geen jongvee) en 4 hectare blijvend grasland valt onder de categorie hobbyboeren (9,63 NGE).
Er moet tevens sprake zijn van een noodzaak van plaatsing. Dus als de betrokkene al een voorziening heeft dan is er geen noodzaak aanwezig.
Deeltijdboeren.
Voor deeltijdboeren gaat het om agrariërs met van >10 tot 50 NGE die naast hun inkomsten uit
het agrarisch bedrijf vaak nog andere inkomsten hebben.
Een schapenhouder met 120 schapen en 7,5 hectare blijvende grasland valt onder de categorie deeltijdboer (10,06 NGE).
Een paardenhouder met 7 paarden van 3 jaar en ouder en 2 hectare blijvend grasland valt onder de categorie deeltijdboeren (10,25 NGE).
Een melkveehouder met 9 koeien (melk- en kalfkoeien, geen jongvee) en 5 hectare blijvend grasland valt onder de categorie deeltijdboeren (10,84 NGE).
Voltijdboeren / professionele landbouw > 50 NGE
Een uitgebreide omschrijving met betrekking tot voltijdboeren / professionele landbouw, hobby-
en deeltijdboer wordt verwezen en staat aangegeven in het Landbouwbeleidsplan.
Houders van groentetuintjes.
Voor opstallen bij groentetuintjes mogen mensen die een groentetuin onderhouden een
gebouwtje plaatsen.
Waar mogen gebouwen of bouwwerken worden opgericht
Om het landbouwperspectief op Ameland te ontwikkelen zijn er in het landbouwbeleidsplan
zoneringen aangegeven. Deze gebiedsgerichte benadering sluit aan bij de provinciale visie en zal
een specifiek ontwikkelingsperspectief gaan ondersteunen.
De zones voor het agrarisch buitengebied van Ameland zijn:
Ontwikkelingsgebieden voor professionele landbouw c.q. melkveehouderij,
Zoekgebieden voor dierhouders, hobby- en deeltijdboeren.
Bovenstaande zonering biedt mogelijkheden voor het handhaven van agrarische functies in de
polders t.b.v. economische- en landschappelijke pijler.
Bij de totstandkoming van de zonering is uitgegaan van de volgende criteria:
Professionele boeren moeten zich kunnen ontwikkelen daar waar de Europese, landelijke, provinciale (en gemeentelijke) wet- en regelgeving dat toestaan.
Deeltijdboeren ontwikkelen zich primair rondom de dorpen, op marginale gronden en in vrijkomende agrarische gebouwen.
Dierhouders en hobbyboeren ontwikkelen zich louter rondom de dorpen en de marginale gronden.
Zoals aangegeven zullen de zoekgebieden zich primair ontwikkelen rondom de dorpen en de marginale gronden. In de zoekgebieden staan de hobby- en deeltijdboeren centraal en zullen een belangrijke bijdrage leveren aan behoud en versterking van het landschap. Binnen de zoekgebieden zal gezocht worden naar mogelijke locaties voor de bouw van schuren/stallen voor de deeltijd- en hobbysector. Dit is alleen mogelijk onder een aantal strenge voorwaarden, om versnippering en verrommeling van het landschap te voorkomen. Aangegeven is waar we de zoekgebieden willen hebben. Dit alles staat in nauw verband met landschapsbeheer en de ruimtelijke kwaliteit wat bij de volgende punten nader aan de orde komt.
Alles meenemend en de voorwaarden die gesteld gaan worden aan het geen wat gebouwd mag worden is gekomen tot de zoekgebieden die in detail staan aangegeven op de plankaarten in de bijlagen I en II.
Het bovenstaande is uiteraard ook van toepassing bij de zoekgebieden van volkstuintjes c.q. groentetuintjes. In bijlage III staan de zoekgebieden aangegeven. Deze zoekgebieden dienen als basis voor de ontwikkeling van groentetuintjes en de plaats waar bouwwerken en gebouwtjes voor groentetuintjes mogen worden opgericht. Clustering van de volkstuintjes is van belang voor een goede landschappelijke inpassing. Veelal zijn wij hier afhankelijk van de particuliere initiatiefnemers gezien de gemeente geen gronden in het bezit heeft om een geclusterd gebied te realiseren. In goed overleg zal dit samen moeten gaan.
Wat mag worden gebouwd
Binnen de zoekgebieden is het toegestaan om schuttingen / schuilgelegenheden en bouwmogelijkheden voor dierhouders, hobby- en deeltijdboeren te bouwen. De genoemde bouwwerken en gebouwen moeten landschappelijk worden ingepast en er moet een noodzaak zijn tot plaatsing. Voorschriften worden gesteld voor de vorm, maten en materiaalgebruik welke nader zijn uitgewerkt in het hoofdstuk beleids- en toetsingskaders.
Uitgangspunt bij groentetuintjes zal zijn dat één opstal per groentetuintje mag worden geplaatst om gereedschap in te kunnen plaatsen. Ook dit zal nader worden uitgewerkt in het hoofdstuk beleids- en toetsingskaders.
Hoe om te gaan met landschapsbeheer / ruimtelijke kwaliteit
Bij landschapsbeheer en ruimtelijke kwaliteit wordt het ruimtegebruik van functies integraal afgewogen, maar waarbij bepaalde functies nadrukkelijk(er) aanwezig zijn c.q. kunnen zijn. Dit bepaalt onder andere de ontwikkelingsruimte en daarmee de ruimtelijke agenda voor andere ruimtelijke ingrepen en wensen. Thema’s zoals natuurwaarden, open landschap, cultuurhistorie en erfgoed zijn voor Ameland belangrijk en staan centraal in iedere van toepassing zijnde visie zoals de structuurvisie Ameland. Gezamenlijk vormen zij letterlijk het kapitaal van de gemeente, het landschap en het decor dat bepalend is voor het eilandgevoel. Behoud en versterking van deze kwaliteiten dient dan ook niet alleen een ruimtelijk doel, maar is tevens van belang voor leefbare dorpen, een verantwoorde landschapskwaliteit en een economisch en sociaal-maatschappelijk sterk Ameland. Natuur, landschap en cultuurhistorie zijn de kwaliteiten die de ruimtelijk-functionele agenda voor de toekomst van Ameland bepalen. Dit komt o.a. tot stand door te kijken naar de kernkwaliteiten van het landschap van een waddeneiland (bron De Nije Pleats yn Fryslân). Deze kern kwaliteiten zijn:
zeer grootschalig open, open, half-open tot besloten landschap met plaatselijk grootschalige vergezichten op de Waddenzee, de Noordzee, en de kust van de vaste wal;
grote afwisseling van reliëf en schaal, en grote verscheidenheid van natuurlijke en cultuurhistorische structuren/ elementen als duinen, kwelders, slenken, strand, bossen, poldergebieden en binnenduinrand op een relatief klein oppervlak;
opvallende contrasten tussen natuurlijke elementen als duinen, kwelders, strand en slenken, en cultuurelementen als landbouwpolders, nederzettingen, dijken en recreatieve voorzieningen;
structurerende elementen: duincomplexen, lineaire stuifdijk en elzensingels,
[hout]wallen, dijkjes, verkavelingstructuur polders, restanten van slenken en waterlopen, dorpskommen, bossilhouet, eendenkooien.
Naast deze kernkwaliteiten wordt er gekeken naar de landschappelijke kwetsbaarheid, bijzondere waardes, de nabijheid van wonen en natuur etc.. Bij de totstandkoming van de zoekgebieden is er een wel overwogen afweging gemaakt van de genoemde kenmerken en kwaliteiten.
Hoe om te gaan met de al bestaande gebouwen en bouwwerken
Het beleid van de gemeente Ameland is erop gericht bouwwerken en gebouwen toe te staan op basis van deze nota. Gestreefd wordt de bestaande “illegale” bouwwerken en gebouwtjes te saneren. Afhankelijk van de situatie kan dit nog juridisch worden afgedwongen. Mocht een hobby dierhouder aanspraak willen maken op een nieuwe schutting / schuilgelegenheid dan moeten of de bestaande gebouwen of bouwwerken worden afgebroken of geïntegreerd te worden in het nieuwe plan.
Artikel 4.
MOGELIJKHEDEN EN UITGANGSPUNTEN
Onderdeel van Nota schuilgelegenheden voor dieren van dierhouders / hobbyboeren en deeltijdboeren en opstallen bij groentetuintjes