Naar hoofdinhoud
Door het uitvoeren van een nul-situatiebodemonderzoek wordt de beginsituatie vastgesteld voorafgaand aan een activiteit. Wanneer een bedrijf haar bodembedreigende bedrijfsactiviteiten definitief staakt, moet in het kader van het Activiteitenbesluit (artikel 2.11) een eind-situatie­onderzoek worden uitgevoerd. De resultaten van dit eind-situatie-onderzoek worden op dat moment vergeleken met die van het nul-situatie-onderzoek. Op basis hiervan kan bepaald worden of de activiteiten op de locatie hebben geleid tot een bodemverontreiniging. Bij het aantreffen van een verontreiniging, dient te worden gesaneerd tot de concentraties die zijn gemeten in het nul-situatieonderzoek. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het Activiteitenbesluit ingetrokken. De algemene regels met betrekking tot activiteiten zoals opgenomen in het BAL zijn vanaf dat moment van kracht. Met de ingang van de Omgevingswet wijzigt de verplichting tot het vastleggen van de nul-situatie voorafgaande aan de aanvang van een bodembedreigende activiteiten. Deze wordt niet meer verplicht gesteld m.u.v. IPPC-installaties (RIE art.22, Or artikel 7.27). Dit is beschreven in artikel 7.27 van de Omgevingsregeling. Het eind-situatieonderzoek blijft na ingang van de Omgevingswet verplicht en is beschreven in paragraaf 5.2.1 van het BAL (eindonderzoek bodem). In het geval de nul-situatie niet is vastgelegd voorafgaande aan de activiteit, dienen na het stoppen van de activiteit, de gemeten concentraties uit het eind-situatieonderzoek te worden getoetst aan de gemiddelde concentraties van de statistiekbladen van de ontgravingskaart. Wanneer hogere waarden gemeten zijn, is formeel sprake van een verontreiniging welke is ontstaan door de activiteit. Deze verontreiniging dient op basis van zorgplicht gesaneerd te worden tot minimaal de ontgravingskwaliteit zoals aangegeven in de bodemkwaliteitskaart. Deze sanering is tevens verplicht in het geval er (slechts) een lichte verontreiniging is ontstaan. De initiatiefnemer heeft wel de mogelijkheid om een nul-situatieonderzoek uit te voeren. Indien wordt gekozen voor een vrijwillig nul-situatieonderzoek, wordt degene die de activiteit verricht uitsluitend verantwoordelijk beschouwd voor de eventuele toegevoegde verontreiniging. De gemeente Bergeijk acht het onwenselijk dat, in het geval geen nul-situatieonderzoek is uitgevoerd, er gesaneerd dient te worden tot de diffuse bodemkwaliteit van het gebied. Om deze situatie te voorkomen, eist de gemeente dat, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorafgaande aan de start van de bodembedreigende bedrijfsactiviteit, een nul-situatieonderzoek wordt uitgevoerd en aan de gemeente ter beoordelig wordt ingediend. Het uitvoeren van bodemonderzoek en eventueel herstel van de bodemkwaliteit dient uitgevoerd te worden door erkende personen en bedrijven in het kader van de BRL 2000, 6000 dan wel 7000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel