Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Toepassing last onder bestuursdwang

Onderdeel van Damoclesbeleid Gemeente Krimpen aan den IJssel

Toepassing van artikel 13b Opiumwet is een vorm van bestuursrechtelijk optreden. Dit artikel uit de Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. Een last onder bestuursdwang betreft een herstelsanctie in de zin van artikel 5:2 lid 1 onder b Awb, die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, het voorkomen van herhaling van de overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding. Toepassing ervan moet voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Waarom geen last onder dwangsom? Artikel 5:32 Awb bepaalt dat de burgemeester in een dergelijk geval ook kan kiezen voor het opleggen van een last onder dwangsom. Het is echter niet wenselijk om voor dit laatste te kiezen. Van het opleggen van een last onder dwangsom is in het geval van overtreding van de Opiumwet weinig effect te verwachten. Dit doordat het financiële gewin in het verdovende middelencircuit dusdanig groot is, dat met een last onder dwangsom niet wordt bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Een last onder bestuursdwang is een directer middel dat, in tegenstelling tot de last onder dwangsom, tot feitelijke beëindiging van de overtreding kan leiden. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat belanghebbenden een financiële afweging maken. Verwijtbaarheid van betrokken personen De last onder bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder en aan de rechthebbenden op het gebruik van het pand. Dit houdt in dat de last onder bestuursdwang wordt opgelegd aan de eigenaar en de eventuele huurder(s) van het betreffende pand. De persoonlijke verwijtbaarheid van de overtreder van een illegaal verkooppunt speelt geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet waarin de burgemeester kan optreden. De burgemeester kan uitgaan van het feitencomplex zoals beschreven in de bestuurlijke rapportage van de politie. Strafrechtelijke bewijsregels hoeven daarbij niet in acht te worden genomen. De sluiting van een pand heeft geen verdergaande strekking dan het beëindigen van de overtreding van artikel 2, aanhef en onder sub b en c Opiumwet en herstel van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde en is niet gericht op toevoeging van verdergaand leed of nadeel. Het is derhalve geen punitieve sanctie, zodat de bepaling van artikel 6 lid 2 EVRM niet van toepassing is. Vervangende woonruimte Het sluiten van een woning, na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs, is zeer ingrijpend voor eventuele bewoners. Voor bewoners van panden die worden gesloten, wordt vanuit de gemeente geen vervangende woonruimte gezocht. De bewoner heeft een bepaald risico genomen door zich in te laten met de productie en/of handel in drugs, dan wel voorbereidingshandelingen daartoe en de gevolgen van die keuze mogen voor de betreffende bewoners worden gelaten. Indien er kinderen betrokken zijn, behoeft dit extra aandacht, maar bestaat in beginsel ook niet de verplichting voor de burgemeester om voor vervangende woonruimte te zorgen. Op grond van jurisprudentie vormt het feit dat er minderjarige kinderen in een te sluiten woning wonen in beginsel geen reden om af te zien van een sluitingsmaatregel. Spoedeisende bestuursdwang Als de situatie dit vereist, kan de burgemeester in bijzondere gevallen overgaan tot een zogenaamde spoedsluiting, het sluiten van een pand zonder voorafgaande last zoals is bedoeld in artikel 5:30 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. In dat geval zien we af van een zienswijzegesprek met belanghebbenden en wordt aan de belanghebbenden geen termijn gegeven waarbinnen zij zelfstandig over kunnen gaan tot het sluiten van het pand. Ook kan, in geval van een grote spoedeisendheid, mondeling een sluiting worden aangezegd die zo spoedig mogelijk op schrift wordt gesteld. Onder een bijzonder geval wordt in ieder geval een of meer van de volgende situaties verstaan: het aantreffen van drugs en vuur- of steekwapens en/of explosieven in het pand; verkoop van drugs aan een minderjarige; bezit van harddrugs door een minderjarige in het pand; aan het gebruik van het pand te relateren ernstige geweldsincidenten (waaronder geweld tegen een ambtenaar in functie) of ernstige incidenten waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid in het geding is. De spoedsluiting blijft, met een maximum van twee weken, van kracht totdat de burgemeester een definitief besluit ten aanzien van de sluiting van het pand neemt en effectueert de sluiting middels overdracht van de sleutels, verzegeling van het pand en het aanbrengen van een biljet met daarop de tekst dat dit drugspand op last van de burgemeester is gesloten (kennisgeving). Hier wordt op grond van artikel 5:31 lid 1 Awb bestuursdwang toegepast zonder voorafgaande last. Kostenverhaal Conform artikel 5:25 Awb worden de kosten van de feitelijke toepassing van bestuursdwang in beginsel altijd verhaald op de overtreder. De kosten die verband houden met de sluiting van het pand worden verhaald op de eigenaar en/of de gebruiker van het pand. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor het vervangen van sloten, verzegeling, ontruiming en de ambtelijke uren voor de uitvoering van de sluiting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel