Zowel gebruikers als eigenaren hebben er belang bij dat een pand open blijft. Dit belang kan financieel zijn, er worden huurpenningen misgelopen, of het belang van het hebben van huisvesting, voortgang van bedrijfsactiviteiten, enzovoorts. Echter maakt dit gegeven handhavend optreden niet per se onredelijk. De wetgever heeft immers bewust lokaliteiten en woningen onder regime van artikel 13b Opiumwet gebracht. Inherent aan deze keuze van de wetgever is dat dit grote gevolgen kan hebben voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers.
De aanwezigheid van een (geringe) handelshoeveelheid drugs, danwel de voorbereidingshandelingen daartoe, en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid en rechtsorde zijn dermate ernstig dat herstel daarvan als algemeen belang zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder en gebruiker. Daarbij is het van belang dat een verhuurder kan kiezen aan wie hij een pand verhuurt. De gevolgen van die keuze mogen dan ook voor zijn risico worden gehouden. Een verhuurder kan zich op de hoogte stellen van het gebruik dat van het verhuurde wordt gemaakt. Het risico dat een pand krachtens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet wordt gesloten, indien aan de in deze bepalingen gestelde vereisten is voldaan, is daarbij verbonden aan het verhuren van een pand4.
De (financiële) gevolgen van de toepassing van dit beleid kunnen zwaar zijn voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers. Voor bewoners van een pand dat wordt gesloten is een dergelijke maatregel tevens zeer ingrijpend. Naast het feit dat eigenaren, verhuurders en gebruikers, indirect dan wel direct financieel voordeel hebben behaald uit de exploitatie van een hennepkwekerij en/of de handel in drugs, wordt de sluiting gerechtvaardigd door:
De brede bekendheid van het nationale beleid en nationale wetgeving ten aanzien van verdovende middelden. Het produceren van drugs is verboden, softdrugs mogen enkel worden verkocht in gedoogde coffeeshops en handel in harddrugs is altijd verboden;
De aard van de overtreding, namelijk een druggerelateerde criminele handeling met een bedrijfsmatig karakter, strafbaar gesteld bij wet;
Het geschonden algemeen belang, namelijk verstoring van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde, verloedering van het straatbeeld, aantasting van woon- en leefklimaat, onveiligheidsgevoelens in de straat/wijk, aantasting van de geloofwaardigheid van de overheid, geen controle op de verkoop met alle gevolgen en gevaren voor de volksgezondheid, vergaren van illegale inkomsten en belastingontduiking, aanzuigende werking op het ontstaan van soortgelijke activiteiten, vermindering van de waarde van onroerend goed;
De beoogde werking van de maatregel, namelijk het terugdringen van de door criminele handelingen veroorzaakte negatieve effecten, herstel van het woon-, leef- en werkklimaat, terugdringen van recidive.
Zienswijzen
Hetgeen hierboven is gesteld, wordt als uitgangspunt genomen. Per geval wordt bekeken of er sprake is van een bijzondere omstandigheid die tot een andere afweging noopt. Hier speelt het zienswijzegesprek een belangrijke rol.
In het kader van een zorgvuldige belangenafweging wordt, na het bekendmaken van het voornemen van de burgemeester om het betreffende pand te sluiten, aan de belanghebbenden de mogelijkheid gegeven om binnen veertien dagen zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Belanghebbende is in ieder geval de eigenaar van het pand.
Artikel 4:11 Awb biedt de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen de zienswijzemogelijkheid achterwege te laten en onmiddellijk tot sluiting over te gaan.
Begunstigingstermijn en herstelmaatregelen
In de last onder bestuursdwang worden de te nemen herstelmaatregelen opgenomen en wordt op grond van artikel 5:24 lid 2 Awb een begunstigingstermijn geboden aan betrokkene(n). De betrokkene(n) wordt in de gelegenheid gesteld om op vrijwillige basis het pand in oorspronkelijke staat te herstellen. Dat stelt de betrokkene in staat om persoonlijke spullen, huisraad, bederfelijke waar en dergelijke uit de woning te verwijderen.
Deze termijn wordt bij woningen in principe gesteld op 72 uur. Als de betrokkene(n) niet binnen de gestelde termijn de geconstateerde overtreding beëindigt, kan de burgemeester overgaan tot een spoedeisende sluiting. Hiertoe wordt overgegaan indien er sprake is van gevaarzetting of ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid. Aan de hand van de indicatorenlijst (bijlage 2) wordt bepaald of tot een spoedsluiting over moet gaan.
Onder het ‘vrijwillig’ sluiten van de woning wordt in dit geval verstaan: in het bijzijn van eenmedewerker van de gemeente Krimpen aan den IJssel (laten) vervangen van de sloten van het pand waarna het door de gemeente verzegeld wordt. De sleutels van de nieuwe sloten blijven gedurende de sluitingsperiode in het bezit van de gemeente Krimpen aan den IJssel.
Op grond van artikel 5:31 lid 1 Awb kan de burgemeester in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last.
Informatieverstrekking door politie
Omdat de Opiumwet geen mogelijkheid biedt om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen, is de burgemeester hoofdzakelijk afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken van de politie Eenheid Rotterdam of in voorkomende gevallen van andere eenheden die deel uitmaken van de Landelijke Eenheid van de Politie.
Deze informatie wordt aan de burgemeester verstrekt in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid zoals neergelegd in artikel 172 Gemeentewet. Door de politie wordt zo spoedig mogelijk na het constateren van een strijdige situatie, informatie verstrekt in de vorm van een bestuurlijke rapportage in gevallen waarbij een handelshoeveelheid drugs en/of een handelshoeveelheid kweekmateriaal in een pand wordt aangetroffen of is gebleken dat een pand is dan wel wordt gebruikt ten behoeve van de productie en/of handel in drugs, danwel strafbare voorbereidingshandelingen daartoe worden aangetroffen.
Indien meer informatie nodig wordt geacht om de context van het toepassen van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ter terechtzitting nader te schetsen wordt in overleg met politie, Openbaar Ministerie en de gemeente Krimpen aan den IJssel gekeken welke informatie hiertoe gedeeld kan. De door de politie aangeleverde gegevens worden vertrouwelijk door de burgemeester behandeld. De basis voor het verstrekken van dergelijke gegevens kan worden gevonden in artikel 16 lid 1 aanhef en onder sub c Wet politiegegevens.
Nulbeleid ten aanzien van coffeeshops
De gemeente Krimpen aan den IJssel hanteert een nulbeleid voor coffeeshops. Om deze reden is deze categorie niet meegenomen in dit beleid.
Growshops en artikel 11a Opiumwet
Het bestaande strafrechtelijk instrumentarium is ontoereikend gebleken als het gaat om de illegale hennepteelt een halt toe te roepen. Sinds 1 maart 2015 zijn dergelijke bedrijfsactiviteiten strafbaar gesteld in artikel 11a Opiumwet. Dit artikel omvat de voorbereidingen van beroepsmatige en bedrijfsmatige hennepteelt, waardoor het mogelijk wordt om in de voorfase op te treden tegen de faciliteerders van de illegale hennepteelt.
De gemeente Krimpen aan den IJssel verstrekt geen vergunningen aan growshops en staat deze ook niet toe in de gemeente. Indien growshops zich voordoen in de gemeente Krimpen aan den IJssel dan wordt hiertegen (in overeenstemming met de politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst) handhavend opgetreden.
Artikel 6.
Voorbereiden besluitvorming en belangenafweging
Onderdeel van Damoclesbeleid Gemeente Krimpen aan den IJssel