Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Subsidiehoogte

Onderdeel van Subsidieregeling Meedoen en maatschappelijke participatie

Het subsidiebedrag wordt als volgt berekend: a.. als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4 eerste lid onderdeel a, wordt gehanteerd het exploitatietekort zoals aangegeven in de in te dienen begroting, met een maximum van 75% van de totale subsidiabele kosten. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt kosten die direct verband houden met de activiteiten en die in redelijke verhouding staan tot de aard en de omvang van de activiteiten. b.. als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onderdeel b wordt gehanteerd de kosten van deelname aan een cursus/training, die in redelijke verhouding staan tot de aard en de omvang van de activiteiten 100% van de kosten wordt gesubsidieerd; c.. als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onderdeel c, wordt gehanteerd 100% van de kosten van notariële akte en inschrijving bij de KvK. d.. als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onderdeel d, wordt gehanteerd 100% van de subsidiabele kosten. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten die direct verband houden met de activiteiten en die in redelijke verhouding staan tot de aard en de omvang van de activiteiten. e.. als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, tweede lid wordt gehanteerd het aantal vrijwilligers dat verbonden is aan de activiteit(en) die gewaardeerd wordt. De subsidie bedraagt maximaal € 25,- per vrijwilliger met een maximum van € 2.500,- per organisatie. Een subsidie ter waardering wordt maximaal 1 maal per jaar per organisatie verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel