Een verzekering voor de kosten van begrafenis of crematie wordt geacht algemeen gebruikelijk te zijn. Dit kan zowel een verzekering in natura zijn, een verzekering die in contanten uitkeert of een eigen reservering voor die kosten. De reserveringen, verzekering of anderszins, voor begrafenis of crematie worden in beginsel vrijgelaten. Indien zij niet voldoen aan onderstaande bepalingen worden zij, voor zover als zij te gelde gemaakt kunnen worden, op grond van artikel 31 lid 1 PW als middel in aanmerking genomen.
Uitvaartverzekering welke in natura uitkeert, wordt altijd vrijgelaten
Uitvaartverzekering welke contanten uitkeert kan worden vrijgelaten indien:
de waarde mag niet bovenmatig hoog zijn (richtbedrag per persoon = totaal aan begrafeniskosten volgens Prijzengids NIBUD*);
het tegoed wordt bij overlijden uitgekeerd en anderszins niet tussentijds opvraagbaar of afkoopbaar dan wel slechts opvraagbaar of afkoopbaar tegen zeer ongunstige voorwaarden.
Eigen reservering in contanten voor begrafeniskosten wordt alleen onder de volgende voorwaarden niet als vermogen aangemerkt:
het geld is uitsluitend bestemd voor de kosten van een uitvaart en mag niet tussentijds opvraagbaar zijn (staat op een aparte, geblokkeerde, rekening);
het tegoed kan alleen bij overlijden worden opgenomen (tussentijds mag de blokkering niet worden opgeheven), en;
de waarde is niet bovenmatig hoog (richtbedrag per persoon = totaal aan begrafeniskosten volgens Prijzengids NIBUD.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.11
Reservering uitvaartkosten bij vermogensvaststelling
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020