Voor het vaststellen van de draagkracht bij een bestuurlijke boete wordt geen rekening gehouden met andere inhoudingen of beslaglegging. Het volledig inkomen boven de beslagvrije voet en al het vermogen moet in aanmerking worden genomen.
Is de draagkracht eenmaal vastgesteld dan dient te worden bezien of met deze draagkracht de boete binnen een redelijke termijn kan worden voldaan. Hierbij wordt aansluiting gezocht met de omvang van verwijtbaarheid (artikel 2 Boetebesluit socialezekerheidswetten).
De termijn waarbinnen een overtreder de boete zou moet kunnen voldoen op basis van zijn draagkracht is bij:
Opzet: binnen 24 maanden
Grove schuld: binnen 18 maanden
Geen opzet en geen grove schuld: binnen 12 maanden
Verminderde verwijtbaarheid: binnen 6 maanden
Artikel 4.23
Verwijtbaarheid en draagkracht bij boete
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020