Ontvangen bedragen aan teruggave en voorlopige teruggave worden gekort, voor zover deze betrekking hebben op een periode waarin bijstand wordt verleend.
Wanneer belanghebbende recht heeft op een (voorlopige) teruggave in verband met de heffingskorting dan wordt het bedrag waarop hij recht heeft gekort. Dit moet ook gebeuren als belanghebbende de (voorlopige) teruggave niet aanvraagt. Het is tenslotte een middel waarover hij kan beschikken (artikel 31 lid 1 PW). In bijzondere gevallen kan hiervan door het college worden afgeweken, hierover dient dan wel te worden gerapporteerd.
In afwijking van het voorgaande is de jonggehandicaptenkorting vrijgelaten (artikel 31 lid 2 onderdeel c PW). Deze vrijlating geldt niet voor personen jonger dan 27 jaar (artikel 31 lid 7 PW).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Beleid inzake korten voorlopige teruggave
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Het Hogeland 2020